Greet Vanderhoeven (43)

  • Woont samen en heeft drie kinderen: twee dochters, Anna (13) en Amélie (12) en een zoon, Conrad (10)
  • Issue: heeft het gevoel overal achteraan te rennen en nergens mee klaar te raken
  • Voornemen: efficiënter werken, beter organiseren, juister kiezen, meer gedaan krijgen, meer ontspannen leven

"Loop toch naar de pomp, met die 10 Miles"

Foto: *

De 10 Miles? Bloody waste of time , zo ondervond ik al een keer toen ik nietsvermoedend in een gigafile terechtkwam. In mijn queeste als tijdzoeker ga ik nog een stapje verder en heb ik een slogan geadopteerd. Loop naar de pomp, met die 10 Miles.

Heeft u de doorsnee lopende Vlaming al eens goed bekeken? Ik wel. In de file. Meer dan een uur lang. We kwamen terug van vakantie en hadden er echt niet aan gedacht dat het díé dag van het jaar was. In dichte drommen zag ik ze voorbijkomen. Niet met tientallen, niet met honderden, niet met duizenden, maar met tienduizenden.

Voorbijkomen, dat is een eufemisme. Hobbelen, stuiteren, zwiepen, drijven-in-eigen-nat, hotsen, zwalpen, slingeren, hijgen, strompelen, ploeteren: het is onbeschrijfelijk wat voor rare capriolen de lichamen en ledematen van de doorsnee lopende Vlaming maken. Dit vreemde bewegingspatroon wordt extra in de verf gezet door hoogst onflatteuze tenues en helemaal afgemaakt met zweetbandjes en andere onsmakelijke accessoires. De kers op de taart: een rood aangelopen hoofd onder een zieltogend kapsel. Het is wat het is: de mens ziet er al joggend – enkele zeldzame, professioneel getrainde of uitzonderlijk atletisch gebouwde exemplaren daargelaten – niet op zijn fraaist uit.

Voor die potsierlijke stoet wordt Antwerpen een godganse dag lamgelegd. Niet alleen het centrum, o nee: 16 kilometer, dat is een pokkeneind, dus dat gaat ook helemaal rond de stad en zet de rem op alles en iedereen die nog maar aan Antwerpen dénkt, die dag. Het Beleg van Antwerpen verbleekt erbij.

Terwijl ik het schouwspel van achter mijn autoruit meer dan een uur lang gadesloeg, besloot ik: de 10 Miles, dat is iets voor malloten. Als ik daar toevallig als intelligent buitenaards wezen in een ufo geland zou zijn, dan had het menselijke ras geen beste beurt gemaakt. En nu komt het. Fast forward, ettelijke jaren later. Volgende zondag sta ik zelf aan de start van de 10 Miles.

Hoe ik daar tijd voor gevonden heb, om te trainen te midden van de ratrace van werk en gezin, wordt me wel eens gevraagd? Simpel: de egoïst uithangen. ’s Morgens heel vroeg gaan lopen áls ik uit mijn bed geraakt ben. In de weekends ervanonder muizen. ’s Avonds op de loopband als het moet (en mijn kinderen telkens opnieuw wegwuiven als ze van alles willen vragen). Tijd maken en nemen om te lopen, is absoluut de moeite waard: het geeft tegelijk energie en rust.

Wat mij bezield heeft, is zo mogelijk nog een grotere vraag. Een klein momentje van waanzin, een paar minuten was genoeg, om samen met een vriend ingeschreven te zijn. Lopen, dat doen we namelijk wel graag – maar bij voorkeur als eenzame joggers door de polders en langs de Schelde, perpetuum mobile door de seizoenen heen. Nu gaan we de lucht van de Kennedytunnel en de Konijnenpijp schoonsnuiven en filteren van alle uitlaatgassen die daar opgestapeld zitten. Ik vraag me zelf dus ook af: waarom toch. Ik krijg het op mijn zenuwen van grote mensenmassa’s en schaam me diep – moet nu al mijn excuses aanbieden – voor het mallotige schouwspel dat we ten beste zullen geven voor de toeschouwers langs het parcours en in de file. We hebben onszelf dan maar vast van de juiste slogan voorzien. Loop naar de pomp, met die 10 Miles! Dat mag, want het slaat op onszelf.