Bert Heyvaert (33)

  • Woont samen en heeft twee dochters, Norah (4) en Roxanne (2)
  • Issue: wil niet vervallen in een saaie routine met twee kleine kinderen
  • Voornemen: de platgetreden paden van binnenspeeltuinen vermijden en op microavontuur gaan, zijn kroost de wereld leren kennen

COLUMN. Waarom uw kind zich wél nog zijn eerste reis zal herinneren

Foto: *

“Kijk! Dat ben ik!” Norah wijst naar een scherm, waar haar foto vluchtig passeert. Tussen negentig andere baby’s. Negentig kinderen die hun eerste stapjes zetten in De Melkweg, de crèche die er na tien jaar mee stopt. Ze geven nu een afscheidsfeestje, alle kinderen zijn nog eens uitgenodigd. En elk kind – of het nu 10 is of 2 – herkent zichzelf. Direct.

Nochtans: Norah (5) herinnert zich dat niet écht. Ze weet niet meer hoe ze daar in De Melkweg in een wipstoel zat, starend naar wat draakjes. Maar ze herkent wel het beeld. Ze herkent de baby, omdat ze die al honderden keren heeft gezien. Telkens ze op onze smartphone door foto’s en filmpjes zoekt, ziet ze baby Norah. Ontdekt ze hoe ze giechelde, welke kleren ze had, hoe ze stapte in de sneeuw en hoe ze naar Seakings zwaaide op het strand.

Zeker, van ons bestonden ook babyfoto’s. Maar ik heb één fotoboek van mijn eerste drie jaar. Kinderen die geboren werden na 9 januari 2007 – de dag waarop Steve Jobs de iPhone lanceerde – hebben een jeugd die fantastisch is gedocumenteerd. Van al die jonge levens kan je een langspeelfilm maken. Zoals Boyhood, de geprezen prent uit 2014.

Dat maakt deze generatie uniek. Want echte herinneringen aan de baby- en peutertijd, die hebben mensen eigenlijk niet. Dat komt omdat ons brein rond de leeftijd van 3 jaar geherprogrammeerd wordt, onder invloed van taal. Als er dan toch iets van die jaren is opgeslagen in een soort extern geheugen, dan hebben ze toegang tot secret files die vroeger onaangeroerd bleven.

Bovendien: herinneringen hebben een functie. Neuropsychologen zeggen dat ze dienen om het leven beter begrijpen. We maken er een verhaal mee van ons eigen bestaan, zodat dat bevattelijk wordt. Als ons eigen brein daarvoor niet toereikend is, dan plukken we elementen uit verhalen van onze ouders, of uit foto’s van vroeger. Zo ontstaan soms ook “valse herinneringen” – zie het gekende luchtballonexperiment: laat iemand een getrukeerde foto zien van een luchtballon, en hij gelóóft dat hij daar als vierjarige in zat. Ook al was dat nooit het geval.

Brainwashing is dus een risico. Maar zolang we daar als ouder niet aan meedoen, heeft de fotobibliotheek op onze smartphone vooral een positief effect. De Nederlandse psycholoog Ad Vingerhoets, professor aan de universiteit van Tilburg, deed onderzoek naar het effect van nostalgie bij volwassenen: “De resultaten waren heel positief. Nostalgie helpt ons om continuïteit te zien in ons leven. Dat verhoogt het zelfbewustzijn. Het maakt mensen meer sociaal, en we zijn zelfs bereid om meer geld aan goede doelen te geven. Bovenal: het is een wapen tegen eenzaamheid. Oude foto’s doen mensen vaak beseffen: eigenlijk ben ik niet alleen. Dat geeft hun zelfvertrouwen een boost.”

 

Goed nieuws dus voor onze jeugd. En voor de ouders, bedenk ik me nu. Ik ga eens wat extra filmpjes maken van al die uren in-de-nek-zitten en sneeuwmannen maken en alsof-soep drinken in het prinsessenrestaurant. Dan spaar ik ze op voor hun puberteit. Kijken, zullen ze doen.