Rechter tegen beklaagde met ellenlang strafblad: “Awel, chapeau!”

Foto: ss

Brugge -

De Brugse rechter Gerda Weymiens staat normaal gekend om haar harde en fulminerende stijl. Maar gistermorgen zat ze toch met open mond naar het verhaal van een beklaagde te luisteren. “Awel chapeau, meneer. Echt waar”, zei ze gemeend.

Mario D. (42) uit Brugge moest zich gistermorgen in de correctionele rechtbank verantwoorden. Zijn dossier oogde niet bepaald sympathiek. Tijdens een felle burenruzie gooide hij een stoel tegen de wagen van het slachtoffer en bedreigde hij enkele buren met een keukenmes. Het strafverleden van de man telt zeven pagina's en oogt ook niet bepaald fraai. Het geduld van de procureur was dan ook op. “In het verleden kreeg hij al kansen, maar hij moet bijvoorbeeld nog een deel van een werkstraf uitvoeren”, klonk het. Ze vorderde dan ook een effectieve gevangenisstraf van zeven maanden.

Maar samen met zijn advocaat Jan Dekersgieter slaagde hij er in om de rechter van de ommezwaai in zijn leven te overtuigen. “Ik heb me vrijwillig laten opnemen in het psychiatrisch ziekenhuis”, vertelde hij. “En het gaat nu echt veel beter met me.” Om dat te staven haalde zijn advocaat een artikel uit de krant van gisteren boven. “Hij gaat op het domein van het ziekenhuis begeleid gaan wonen”, klonk het. “Daar krijgt hij de nodige vrijheid, maar kan hij wel nog van nabij opgevolgd worden.”

Werkstraf?

De rechter zag met haar eigen ogen dat het klaarblijkelijk beter gaat met Mario D. En dat deed haar zichtbaar deugd. “Dit is een rotdossier en je hebt je verleden ferm tegen. Maar het is leuk om te zien dat iemand zich zo goed herpakt heeft. Echt waar, meneer: chapeau.” De advocaat van Mario D. stelde voorzichtig voor om hem - gezien de omstandigheden - toch een werkstraf te geven. Een voorstel waar de rechter wel oren naar had.

Het laatste woord was voor Mario D. zelf: “Voor mij is het ook eens leuk om u op deze manier te horen praten”, zei hij al lachend en verwijzend naar de harde stijl van de rechter. “Ik heb me echt herpakt en hoop dat we mekaar nu nooit meer terugzien. Of toch zeker niet in de rechtszaal (lacht).”

Door Tim Lescrauwaet,tlg