Satellietinstrument dat vervuiling beter in kaart moet brengen de ruimte ingestuurd

Bron © BELGA

Foto: AP

Brussel -

Vrijdagvoormiddag is iets voor 11.30 uur vanaf de noordelijke Russische lanceerbasis Plessetsk, in opdracht van het Europese ruimtevaartagentschap ESA en de Europese Unie, de Europese Sentinel-5 Precursorsatelliet gelanceerd. Aan boord bevindt zich de TROPOMI, een instrument dat gegevens zal verzamelen over de atmosferische samenstelling met betrekking tot luchtkwaliteit, ozon en klimaataspecten. De lancering werd live gevolgd in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA), dat een sleutelrol speelt bij de productie, validatie en analyse van de toekomstige gegevens.

De gegevens rond onder meer ozon, fijn stof, stikstofdioxide en broeikasgassen zullen worden verzameld op een wereldwijde schaal en met een hoge resolutie, waarbij de kleinste grondpixels slechts 7x3,5 km2 meten. Dat is tien keer beter dan de instrumenten die vroeger gebruikt werden en laat toe om de verschillende bronnen van vervuiling van elkaar te onderscheiden en betere analyses te maken. “Zo kunnen we te weten komen of de vervuiling bijvoorbeeld afkomstig is van de industrie, van wagens of van vulkanen, en een beter antwoord bieden aan de burgers en de beleidsmakers over waar de vervuiling vandaan komt”, zegt wetenschapper Jean-François Muller. Daarnaast laten de gegevens toe om beter te begrijpen hoe de stoffen op elkaar inspelen, en zullen de gegevens vergeleken worden met die van grondmetingen.

De hoge resolutie laat ook onder meer toe om op stadsniveau analyses te maken. “Zo kan bijvoorbeeld gekeken worden welke impact bepaalde maatregelen, zoals het bannen van diesels, op de luchtkwaliteit hebben”, zegt ook wetenschapper Arno Keppens. “Het duurt drie tot vijf dagen vooraleer de gegevens ons bereiken, waardoor we heel snel kunnen inspelen op wat er gebeurt. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld ook vulkaanuitbarstingen monitoren, wat belangrijk is voor de luchtvaart.”

De gegevens zullen voor iedereen gratis beschikbaar zijn via een operationele website. Midden-november zullen de eerste testmetingen plaatsvinden, vanaf april zou het systeem volledig operationeel moeten zijn.

Een dertigtal wetenschappers van het BIRA uit vier verschillende teams neemt deel aan het project, dat mede tot stand kwam met de steun van de POD Wetenschapsbeleid en ESA en minstens zeven jaar zal duren. De missie kost 150 miljoen euro en wordt gefinancierd door het Copernicusprogramma van de Europese Unie.

“Dit is een lowcostmissie. De satellieten die er nu zijn, zijn op het einde van hun leven en de volgende satelliet met veel meer materiaal aan boord (Sentinel 5) wordt pas in 2022 gelanceerd, dus we hadden een kloof op te vullen”, aldus Keppens. “Honderdvijftig miljoen, dat komt overeen met een halve euro per Europeaan. De vorige missie kostte 2000 miljoen.”

Eerder deze maand was in de Nederlandse media ophef ontstaan over het feit dat de raket die gebruikt werd om de satelliet te lanceren vervuilend is. “Het klopt dat het gaat om raket van het Russische atoomprogramma die gerecupereerd werd en die gebruikt werd om de prijs te drukken”, aldus Keppens. Hij legt uit dat er ongeveer honderd raketten per jaar worden gelanceerd, en dat die goed zijn voor 1 tot 1,5 procent van de vervuiling van de hoge atmosfeer. “Dat is zeer weinig in vergelijking met de impact die de mens heeft op het milieu. En omdat nu een lowcostmissie uitgevoerd moest worden, moest deze raket gebruikt worden. Daardoor kunnen we aan een lage kost veel betekenen voor de wetenschap.”

De Rockot-draagraket met de satelliet van 820 kilogram werd om 11.27 Belgische tijd gelanceerd vanaf Plessetsk, om 79 minuten na de lancering in een baan rond de Aarde te worden gebracht, aldus ESA. Het eerste signaal werd 93 minuten na de lancering opgevangen toen de satelliet boven het Kiruna-ruimtestation in Zweden passeerde.