OVERZICHT. Hoe goed kent u uw buren?

Foto: rr

Beter een goede buur dan een verre vriend, luidt het gezegde. Een oude wijsheid die in veel Vlaamse gemeenten navolging krijg, zo bewijst onze nieuwe gemeentetest rond sociaal contact. We kennen de naam van onze buren, en we durven hen al eens een eitje vragen. “Met het contact tussen de buren is het duidelijk nog goed gesteld. Vroeger was het niet noodzakelijk beter.”

Een eitje of een beetje suiker vragen bij de buren, in heel wat gemeenten voelen inwoners zich niet te beroerd om bij de buren aan te kloppen en een kleine gunst te vragen. De namen van onze buren kent zelfs bijna 84 procent van de Vlamingen.

Maar onze buren vragen om onze planten te wateren, de katten of kippen eten te geven of de brievenbus te legen terwijl we op reis zijn, gaat voor velen dan weer een stap te ver.

Klik op de kaart voor de score in uw gemeente:

“Een typisch Vlaams fenomeen”, zegt Marc Hooghe, socioloog aan de KULeuven. “Vlamingen zijn op dat vlak erg gereserveerd. In tegenstelling tot Nederlanders of inwoners van de Scandinavische landen zullen wij niet rap mensen bij ons thuis uitnodigen. De sleutel afgeven aan mensen waarmee je vooral oppervlakkig contact hebt, lijkt voor velen een schending van de privacy. Bovendien zijn Vlamingen heel honkvast. Familie woont vaak niet zo ver, waardoor we liever hen laten komen. Maar het is dus niet zo dat we onze buren niet vertrouwen, zoals test ook aangeeft.”

Geld speelt grote rol

Toch is de ene gemeente socialer dan de andere, zo tonen de resultaten van de test. De sociaalste gemeente van Vlaanderen? Dat is het Oost-Vlaamse Horebeke, met 8 op 10. Slechts vier gemeenten buisden: Drogenbos (Brabant), Wervik (West-Vlaanderen), Sint-Genesius-Rode (Brabant). Denderleeuw (Oost-Vlaanderen) is de asociaalste van allemaal. Dat net die gemeenten achteraan bengelen, verrast professor Hooghe niet. “Bij die gemeenten zien we twee patronen. Ofwel liggen ze dicht tegen de taalgrens, zoals Sint-Genesius-Rode, waardoor er een kloof is tussen buren die Nederlands en Frans spreken, ofwel gaat het om vroegere industriesteden, zoals Wervik, Denderleeuw en Liedekerke. Daar zijn nu veel verouderde woningen, met lagere woningprijzen. Die trekken mensen met een lager inkomen en werklozen aan, en die mensen praten minder met elkaar.”

Want ook geld speelt een rol in hoe sociaal een gemeente is. “Gemeenten met veel geld, zoals Sint-Martens-Latem en Brasschaat zijn wat asocialer en scoren niet noodzakelijk heel goed. Want de bewoners leven in huizen met hoge poorten en hekken, en zijn vaak aan het werk, waardoor ze minder contact hebben met de buren. Gemeenten met een grotendeels armere bevolking scoren ook niet zo hoog. De gemeenten zonder uitschieters scoren het beste: waar vooral de middenklasse woont, met een gemiddeld modaal inkomen, die op hetzelfde niveau zitten en waar niet zoveel armoede is. Want als je een rijke buur hebt, is de drempel om daar iets aan te vragen vaak heel hoog, omdat mensen zich al snel geïntimideerd zullen voelen. Maar ze voelen zich ook niet op hun gemak bij een buur die in armoede leeft.”


Zo gingen we te werk

Om het sociale contact in alle gemeenten in Vlaanderen te testen, werd een enquête afgenomen bij meer dan 65.000 Vlamingen, uitgevoerd door onderzoeksbureau iVOX.

We legden de deelnemers vier stellingen voor: ‘Ik ken de naam van mijn naaste buren’, ‘Ik kan bij mijn buren terecht voor een beetje suiker of een ei’, ‘Ik geef de sleutel van mijn huis aan de buren bij langdurige afwezigheid (om bijvoorbeeld de planten water te geven)’ en ‘Ik vertrouw de mensen in mijn gemeente’.

Deze vier vragen hebben we omgezet op acht punten in totaal. Daarnaast vroegen we de deelnemers zelf welke score zij gaven aan het sociaal contact in hun gemeente. Die zetten we op twee punten, wat de totaalscore op 10 bracht

Door Julie Devlieghere
VOOR ABONNEES