Volle Minard voor auteur Stefan Hertmans

Gent - Boekhandelaar Paul Luyten van Walry straalde, maandagavond, toen bleek dat de Minard (volgens hem de mooiste en beste plek om een boek voor te stellen) volgelopen was voor de boekvoorstelling van De bekeerlinge, de pas verschenen roman van Stefan Hertmans. Luyten moest noodgedwongen mensen teleurstellen, want met 300 personen zit de Minard vol, de twee balkons inbegrepen. En dat voor wat niet eens de 'officiële' boekvoorstelling was, maar de tweede. 'Maar wel een voorstelling op verzoek van de auteur zelf, die in Gent studeerde, die van Gent houdt, en die wou dat er ook hier een boekvoorstelling was."

Interviewer van dienst was Mark Schaevers, journalist, en zelf ook auteur van diverse boeken, waaronder een aantal over Hugo Claus. Zijn meest recente werk is de roman Orgelman, over de Joods-Duitse kunstenaar Nussbaum, waarmee hij vorig jaar de Gouden Uil won. Eerder dan een interview ontwikkelde de avond zich tot een gesprek tussen twee schrijvers, die op een toegankelijke manier met elkaar over hun vak spreken. 

De bekeerlinge gaat over Vigdis, een christelijke jonkvrouw die begin de elfde eeuw in Rouen geboren wordt. Haar vader komt uit het Noorden en stamt af van Vikingen, haar moeder is Frankische met Vlaamse roots. Ze wordt verliefd op de Joodse David en besluit hem te volgen: in zijn godsdienst, naar zijn roots. Ze verandert haar naam en trekt met hem naar Cairo. Haar vader stuurt ridders achter het koppel aan, om hen op te zoeken.

Het boek is gebaseerd op een echt bestaand figuur. Het meisje woonde in het dorp in de Provence waar Hertmans grote delen van het jaar verblijft. Hertmans stootte op een paar schamele historische documenten, en toen begon het grote werk: "Noem het een soort zotheid" aldus Hertmans "om vier maand research te doen, om u als auteur te kunnen inleven in het verhaal, om een roman te schrijven waarvan 90 procent verbeelding is. Maar je wil toch wil dat er geen historische fouten in staan. En ondertussen is gebleken dat er wel al één zo'n historische fout in staat. Die passen we aan in de volgende druk. Hoe langer jullie wachten om het boek te kopen, hoe beter de versie is. Al kun je ook alle versies kopen" grapte Hertmans nog.

Hertmans ging ver in zijn research: hij legde de route die het koppel aflegde, ook zelf af en beschrijft ook zijn reis. 'Zoals een striptekenaar van zichzelf ook wel eens een stripfiguur maakt. Dat helpt om de lezer er op te wijzen dat het 'maar om een verhaal' gaat. Tegelijk kreeg ik op die manier echt wel het gevoel dat ik het personage dat ik aan het beschrijven was wel heel dicht benaderde. Laat ik het de gedocumenteerde verbeelding noemen. "

Schaevers alludeerde ook op het feit dat Hertmans een cruciale passage van 10 pagina's op één nacht zou geschreven hebben. Bijna niet te geloven, vond Schaevers. Hertmans bevestigde: "Toch wel, ik begon aan die bewuste passage over de aankomst van de zilveren slang (honderden kruisvaarders) die het dorp binnenkwamen om 8 uur 's avonds en schreef er aan door tot 6 uur 's morgens. Er waren wel maanden research aan vooraf gegaan, en die passage, het gegeven, zat natuurlijk al maanden in mijn hoofd" aldus de schrijver, die nog meegaf dat hij de eerste ruwe versie van de hele roman op twaalf dagen schreef. "Maar ik kon het verhaal alleen maar daar schrijven, in het dorp waar zij woonde, en waar ik zelf ook grote delen van het jaar woon."

Schaevers informeerde ook naar eventuele gelijkenissen met Oorlog en Terpentijn, de vorige roman van Hertmans, waarmee Hertmans een veel breder publiek dan vroeger bereikte: "Ja, er zijn gelijkenissen. In die zin dat het twee keer gaat over heel bescheiden mensen, die een heldenleven leiden (zonder dat ze dat beseffen) en heel bescheiden blijven leven. Op dat soort mensen laat ik graag het licht van mijn liefde schijnen, zodat er zich een regenboog over hen spant" besloot Hertmans. En hij las acht minuten voor uit de tien pagina's waar hij één nacht aan schreef.

 

 

 

Door Rudy Tollenaere, foto's Steven Hendrix
  • VOOR ABONNEES