Raymond zet Nekka in vlam

Foto: koen bauters

Raymond Van het Groenewoud vierde zijn zestig jaren op Nekka met veel opzwepende songs en een brede glimlach. Er zit nog niet veel sleet op.

Het was een prachtig zicht hoe de 60-jarige zanger zich op de catwalk bewoog op de groove van ‘Komaan met dat lijf’. Zes dansers naast en achter hem krulden hun lijven in alle bochten op de James Brown-funk en Raymond liet volop bewonderen hoe de leeftijd hem weliswaar van enige haren, maar niet van zijn onderbuik beroofd heeft.

En ja, het publiek kwam dan toch recht, al had de gastheer toch eens poeslief moeten vragen of dat nu niet moeilijk was om zolang te blijven zitten?

Terecht hoor, want de Nekka-avond was dit jaar in grote mate een feest van dansmuziek, met strakke rock (‘Ontevreden’), feestelijke tropenmuziek (‘Wasmasjien’), withete funk (‘Hoe zie ik eruit’), en als verrassing de kakelverse hiphopversie van ‘Het is zo lekker’ door Diggy Dex.

Het concept zat goed ineen. De jarige dook meteen in de vrouwen van zijn leven, zoals ‘Maria’ en ‘Bleke Lena’, om dan droogjes te melden dat hij in de wilde seventies toch niet voor elke vrouw een song kon maken, waardoor hij er dan, maar één voor allemaal geschreven had. ‘Meisjes’ dus, nog steeds een van de ruigste bronstkreten in onze rockgeschiedenis.

Het grote podium herbergde een ruime band, met soulblazers, en kreeg door een groot rood gordijn de allure van een theaterpodium. Dat gordijn ging soms dicht en dan konden de artiesten zingen op een klein podium tussen de fans.

Hannelore Bedert zorgde voor het eerste emo-moment toen ze ‘Altijd nooit meer’ in zo’n crescendo liet eindigen dat je naar adem moest happen. Bert Joris blies daar een fijne trompetsolo bij ‘Wat een fijne dag’. En Kommil Foo bracht een heel creatieve, smaakvolle cover van ‘Gelukkig zijn’ – dat moet zowat het ultieme verjaardagscadeau zijn.

Op het grote podium ging de muziek alle kanten uit. De broertjes Wauters vormden een hitsig koortje bij ‘L’etranger c’est mon ami’, door Fernando Lameirinhas. Axelle Red en Steven De Bruyn gaven ‘Nu of nooit’ veel funkvitamienen mee. Jan Decleir zette een hilarische versie van ‘Je veux de l’amour’ neer, en in ‘Goesting’ mochten de heren Decleir en Raymond meewiegen met ‘bewegende billen en trillende borsten’ van twee jonge deernes voor hen.

Raymond bleef de hele avond nadrukkelijk aanwezig, soms als zanger, soms als pianist, en toen het jonge combo SAF zich aan ‘Hoppah’ waagde, drentelde hij er gewoon als enthousiaste percussionist rond. Hij maakte er duidelijk zíjn feest van.

Tussen al het feestgedruis zaten ook enkele rustiger momenten. ‘Twee meisjes’ werd als een sobere pianoballade gebracht en een jazzy ‘Brussels By Night’ haalde mooi voordeel uit de ruime band op het podium. ‘In mijn hoofd’ blijft één van zijn beste songs, maar passeerde in deze context een beetje onopgemerkt.

We keken met meer dan gewone belangstelling uit naar de verschijning van Tom Van Laere, aka Admiral Freebee. Die produceert het nieuwe album van Raymond en daar wordt veel van verwacht: het is de eerste keer dat Van Laere zich met de Nederlandse taal zal bezighouden (hij zong niet toevallig eerst ‘Ik zing in mijn moedertaal’), maar vooral zal hij de vele muziekjes in Raymond inperken en hem meer binnen één stijl laten werken.

‘Ontevreden’ was alvast een veelbelovend statement. Van Laere leidde de band in een strakke, minimalistische aanpak die behoorlijk naar Lou Reed geurde. Het scherpt de verwachtingen alleen maar.

 

 

Door Peter Vantyghem
AANGERADEN