‘Labille, u ging te werk als olifant in porseleinwinkel’

© BELGA

Improvisatie en amateurisme. De oppositie schoot vanmiddag in de Kamer met scherp op minister van Overheidsbedrijven Labille en bij uitbreiding de hele regering over het vertrek van Johnny Thijs bij Bpost. Maar het was de premier die de vragen beantwoordde, niet Labille.

Eveline Vergauwen

Waarom heeft de regering zich gemoeid met de loonvorming van Thijs? (Jan Jambon, N-VA). Waarom spreekt Thijs over woordbreuk? (Stefaan Van Hecke, Groen). De vragen van oppositiepartijen N-VA, Groen LDD en Vlaams Belang legden Labille het vuur aan de schenen. Maar verrassend, die antwoordde niet. Het was premier Di Rupo die de aanvallen opving.

Voor Di Rupo dat deed, mocht Jean-Marie Dedecker nog een vraag stellen. En daarin liet hij niet na om minister van Economie Johan Vande Lanotte (SP.A) te provoceren: ‘Vande Lanotte moest eerst nog even de subsidiestromen naar Oostende regelen.’ Vande Lanotte diende gisteren nochtans een klacht in tegen Dedecker voor laster en eerroof. Over Labille zei Dedecker dan weer: ‘U ging te werk als een olifant in een porseleinwinkel.’

Chronologie

Di Rupo schetste het verloop van de feiten: De Kern kwam overeen dat er in verband met de loongrens bij Bpost een marge kon worden overwogen, indien de huidige ceo, Johnny Thijs, zijn werk aan het hoofd van de onderneming voor een beperkte periode zou voortzetten. Eén of maximum twee jaar, een optie die hij zelf in de laatste maanden had laten uitschijnen. De heer Thijs wenste mij persoonlijk te ontmoeten en de minister van Overheidsbedrijven heeft mij de mogelijkheid gegeven om als eerste de bespreking met de ceo aan te gaan.’

Deze feiten, zoals Di Rupo ze beschrijft, doen zich voor nadat de regering besliste dat het loon maximaal 650.000 euro zou worden voor de ceo’s van Belgacom en Bpost, met mogelijk dus een tijdelijke uitzondering voor Thijs.

Di Rupo ontving Thijs op 21 december bij hem thuis in Bergen. ‘Ik wou uiteraard met hem onderhandelen op basis van de beslissing van de Kern. Van bij het begin van het onderhoud heeft de heer Thijs me echter duidelijk gemaakt dat hij niet wenste dat zijn mandaat zou worden verlengd. Ook niet tijdelijk. Hij heeft het overigens op geen enkel moment over de verloning gehad.’

Geen onderhandeling meer dus. ‘Indien er een misverstand is geweest over de beslissing van de kern, of over de waardering van het werk van de heer Thijs door de regering, dan valt dit uiteraard te betreuren’, sloot Di Rupo af.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten