Homans na storm van kritiek: 'Aanvullende initiatieven voor élk kind'

Een nieuwe rel rond uitspraken van minister voor onder meer Armoedebestrijding Liesbeth Homans (N-VA) is een feit. 'Gesubsidieerde kinderopvang dient in de eerste plaats voor mensen die werken. Voor kinderen die in armoede opgroeien, kan de overheid andere oplossingen uitwerken', meent ze. Reacties van de oppositie, het middenveld én coalitiepartners gaan van 'Gruwelijk idee' en 'Pleidooi voor apart circuit' tot 'Hier zijn geen worden voor'. Homans zelf begrijpt de hele heisa echter niet. 'Het kan interessant zijn om ook naar lokale initiatieven te kijken. Hoe men dit kan interpreteren als een pleidooi voor gescheiden omvang, is me een raadsel.'

Alles begon met een interview afgelopen weekend in De Zondag, waarin Homans onder meer haar visie op kinderopvang, en dan vooral op de gesubsidieerde kinderopvang, uit de doeken deed. Volgens de minister dient die in eerste instantie voor mensen die gaan werken, die ons sociaal systeem mee in stand houden dus. Voor kinderen die in armoede opgroeien, kan de overheid andere oplossingen uitwerken, klonk het, want het is beter voor hen dat ze naar de kinderopvang gaan dan dat ze thuis zitten of worden meegenomen op café. 

'Homans zet werkenden op tegen niet-werkenden'

Het duurde echter niet lang of Homans werd zowat bedolven onder een storm van kritiek. In de eerste plaats vanuit het middenveld, onder meer van Frederic Vanhauwaert, algemeen coördinator van Netwerk tegen Armoede, en Bea Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen. ‘Hier zijn geen woorden voor. Homans gaat haar boekje te buiten op meerdere vlakken. En de uitspraak dat kinderen in armoede anders toch maar op café zitten, is ronduit denigrerend’, klonk het.

Maar ook in politieke hoek bleef het niet stil. Niet bij de oppositie, en opvallend: niet bij CD&V en Open VLD, nochtans coalitiepartners van N-VA in de regering. ‘De oplossing is niet om bepaalde kinderen te weren uit de reguliere opvang', reageerde voormalig Vlaams minister Freya Van den Bossche (SP.A). 'Kinderen uit kansarme milieus hebben net nog meer nood aan goede opvang. Het is een gruwelijk idee om hen op te vangen in een apart circuit en de mensen te verdelen in zij met en zonder geld.'

'Een kind is een kind', tweette dan weer Open VLD-parlementslid Mathias De Clercq: ‘Geen kind, welke afkomst ook, verdient stigma, apartheid, noch segregatie’. Bij Brussels staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V) klonk het als volgt: 'In #Brussel gn aparte kinderopvang vr ‘arme’ kinderen. Goede mix NL-taligen, éénoudergezinnen, gezinnen met lager inkomen blijven stimuleren’.

Groen-parlementslid Elke Van den Brandt vroeg Jo Vandeurzen (CD&V), minister van Welzijn in de Vlaamse regering en dus de enige die echt bevoegd is voor deze thematiek, om zich duidelijk tegen de uitlatingen van Homans uit te spreken. 'Homans zet werkenden op tegen de niet-werkenden, in plaats van voldoende plaats te voorzien voor beide groepen', klonk het.

En-en-verhaal

Fel was de gevraagde reactie van Vandeurzen echter niet bepaald. Het enige wat de minister kwijt wil, zo zei zijn woordvoerster, is dat het de bedoeling is van de regering om stap voor stap voloende en kwaliteitsvolle opvang te voorzien die voor iedereen toegankelijk is, zoals het regeerakkoord ook bepaalt. Absolute voorrang gaat hier naar kinderopvang voor ouders die werken en een beroepsgerichte opleiding volgen, maar de toegankelijkheid voor kinderen die leven in kwetsbare gezinnen wordt wel degelijk verzekerd. 'Want kinderopvang heeft een minstens even belangrijke, sociale functie.'

De woordvoerder van Homans, Jochem Goovaerts, haastte zich maandagmiddag alvast om een en ander te verduidelijken. 'De minister is geen voorstander van een gescheiden systeem voor kinderopvang', klonk het in een mededeling. 'Wat ze bedoelt, is dat er voldoende kinderopvang moet zijn, zeker voor de mensen die werken, maar ook voor niet-werkende mensen. Zo staat het ook in het regeerakkoord.' Maar net omdat de zoektocht naar voldoende aanbod een en-en-verhaal is, kan het dus interessant zijn om ook naar lokale initiatieven te kijken, meent Homans. 'Die kunnen aanvullend op de Vlaamse initiatieven een meerwaarde betekeken.'

Of Vlaanderen op die manier niet een deel van de verantwoordelijkheid afschuift op de lokale besturen, die financieel aan de grond zitten? 'De discussie over middelen is nu niet aan de orde', reageert Goovaerts. 'Het is momenteel vooral zaak om te bekijken hoe ook lokaal voldoende aanbod kan worden gerealiseerd met aanvullende initiatieven. Initiatieven voor élk kind, dus zonder onderscheid tussen kinderen van werkende of van niet-werkende ouders.'

 

Door aro, vsa