Zes vragen die elke vegetariër te horen krijgt

Bron © eva.be, dagenzondervlees.be

Foto: ss

De actie ‘Dagen Zonder Vlees’ gaat woensdag van start. Meer dan 35.000 Vlamingen gaan de uitdaging aan om 40 dagen lang geen (of minder) vlees en vis te eten. Wie al elke dag vegetariër is, wordt echter met de gekste vragen geconfronteerd. We zetten de juiste antwoorden over vegetarisme even op een rijtje.

1. ‘Ah, oei, je eet vegetarisch?’

Een vegetariër moet heel vaak aan de medemens uitleggen wat hij of zij wel en niet eet. De basisdefinitie van vegetarische organisatie EVA luidt als volgt: een maaltijd of een product wordt vegetarisch genoemd als het geen ingrediënten bevat waarvoor dieren werden gedood.

Met andere woorden: vegetariërs eten geen maaltijden of producten met ingrediënten waarvoor dieren werden gedood. In principe dus ook geen bijproducten van de slacht, zoals gelatine (gemaakt uit beendermeel) of kaasstremsel (afkomstig van de kalfsmaag).

Vegetarisch is trouwens niet hetzelfde als veganistisch. Een veganist gaat nog een stapje verder en eet helemaal geen dierlijke producten. Dus niet alleen producten waarvoor dieren werden gedood, zoals kippenvlees of rundsvlees. Maar ook geen producten waarvoor dieren werden gebruikt, zoals eieren of koemelk. Veganisten dragen ook geen leder of bont.

2. ‘Maar je eet dan toch kip?’

Wie als vegetariër nog kip of vis eet, is eigenlijk geen vegetariër, maar iemand die bepaalde dieren niet eet en andere dieren wel. Ook creaturen met pluimen en vleugels of organismes die in water leven (vissen, maar ook mosselen, garnalen, kreeften, ...) vallen onder de categorie dieren. En hoewel vaak niet herkenbaar: ook in charcuterie of gehakt zitten restanten van dieren.

Je kan natuurlijk vlees of vis blijven eten, maar bewust de consumptie minderen. Dan ben je geen vegetariër, maar een flexitariër. Een flexitariër, of parttime vegetariër, is iemand die minstens drie keer per week vegetarisch eet.

3. ‘Geen vlees eten, dat kán toch niet gezond zijn?’

Het grote tegenargument: de mens is van nature een carnivoor en heeft vlees nodig voor zijn gezondheid. Vlees bevat inderdaad eiwitten en die voedingsstof heb je nodig. Maar eiwitten kan je even goed uit plantaardige producten halen. Eiwitten zijn onder andere aanwezig in graansoorten, peulvruchten en vleesvervangers zoals tofu en seitan.

Een uitgebalanceerde vegetarische voeding kan probleemloos voorzien in alle noodzakelijke voedingsstoffen. De meeste mensen die traditioneel eten, consumeren trouwens te veel eiwitten en vetten en te weinig groenten en fruit. Onderzoek toont aan dat mensen die vegetarisch eten net minder kans maken op kanker, hart- en vaatziekten, obesitas en diabetes.

4. ‘U mag geen carpaccio? Een slaatje als voorgerecht dan?’

Op restaurant gaan, is vaak niet eenvoudig voor een vegetariër. Meestal moet je op voorhand de kaart checken of bij je reservatie duidelijk maken wat je niet eet. EVA maakte een handige restaurantendatabase met meer dan 200 adresjes waar je vegetarisch kan eten.

Ook als je zelf kookt, zijn er ontelbaar veel alternatieven voor een slaatje met wortels en komkommers. Als vegetariër eet je niet minder, maar net gevarieerder: je gaat op zoek naar nieuwe producten en leert creatiever koken. Je vindt vegetarische producten in gespecialiseerde winkels, maar tegenwoordig hebben de meeste supermarkten ook een ruim aanbod. Inspiratie voor vegetarische gerechten vind je op deze link .

5. ‘Bent u dan een hondenmens?’

Mensen die vegetarisch of zelfs veganistisch eten, doen dit inderdaad vaak uit ethische overwegingen. Ze vinden het niet kunnen dat dieren voor hun voedsel worden gekweekt, gebruikt en gedood. Maar niet alle vegetariërs zijn lid van GAIA en houden huisdieren.

Meer en meer wordt de bezorgdheid om het milieu een belangrijk drijfveer voor mensen om geen of minder vlees te eten. De veeteelt is een gigantische industrie die enorm belastend is voor onze planeet: voor de productie van 1 kilo rundsvlees is 15.500 liter water nodig (een rund drinkt zo’n 100 liter per dag) en 8 kilo voedsel (voor de productie van veevoer wordt 33 procent van de bewerkbare landbouwgrond op aarde gebruik).

Wie geen of minder vlees eet, heeft dus een aanzienlijk kleinere ecologische voetafdruk dan iemand die elke dag vlees eet. De consumptie van vlees is de afgelopen decennia trouwens massaal gestegen: in 1919 at de gemiddelde Belg 30 kilo gram vlees op een jaar, in 2009 is dat al 90 kilo per jaar. Volgens berekeningen van EVA eet een Belg zo’n 1.800 dieren in zijn of haar leven.

6. ‘Maar er zwemmen toch genoeg vissen in de zee?’

Massaal vis in plaats van vlees gaan eten, vergroot alleen maar een ander probleem. De overbevissing heeft het aantal vissoorten aanzienlijk teruggebracht. Nu al zijn populaire soorten zoals kabeljauw en tonijn bedreigd.

Als we aan dit tempo vis blijven vangen en eten, zullen over een aantal decennia de zeeën en oceanen helemaal leeg zijn. Bovendien is de ecologische impact van visvangst wel kleiner dan die van veeteelt, visvangst blijft nog altijd veel schadelijker voor het leefmilieu dan de productie van plantaardig voedsel.

Door jva
AANGERADEN