Het gevallen godenkind

Voor zijn vele fans was hij de Koning van Limburg, voor zijn tegenstanders een kaviaarsocialist. Op handen gedragen als de uitvinder van het gratis-beleid maar zelf genoemd in duistere financiële deals. Tegelijk rasondernemer én supporter van Fidel Castro. Joviaal en schijnbaar onbeholpen voor de camera maar ook een sluwe strateeg en verlicht despoot. Portret van een gevallen godenkind.

Robert ‘Steve’ Stevaert werd geboren in het Limburgse Rijkhoven (Bilzen) op 12 april 1954. Zijn ouders, een militair en een huisvrouw, waren christelijke mensen.

Steve studeerde af aan de hotelschool van Hasselt en was pas achttien toen hij samen met enkele vrienden het alternatieve café ‘Het Roodhuis’ opende. Het was het eerste van een lange reeks succescafé’s. Telkens een zaak goed begon te lopen, liet hij iemand anders de zaak uitbaten en bleef hij zelf eigenaar.

Zo had de ondernemende kroegbaas zelf al behoorlijk wat geld verdiend nog voor hij zijn eerste stappen zette in de politiek. Dat gebeurde in 1982, als poulain van Willy Claes. De ster rees snel van de jonge Limburger met het zangerige accent en de sympathieke en schijnbaar onbeholpen uitstraling. ‘In die jaren was hij helemaal niet zo’n vlotte jongen’, aldus een jeugdvriend. ‘Hij heeft dat geleerd, als een acteur. Net zoals de media van hem een held maakten, wist hij ook goed hoe hij de media kon gebruiken.’

‘Steve is God’

De politieke doorbraak van Stevaert kwam er toen hij in 1994 de eerste socialistische burgemeester van Hasselt werd na 165 jaar katholiek bestuur. Zijn naam kreeg meteen landelijke bekendheid toen hij het openbaar vervoer in de stad gratis maakte. Een maatregel die hem de bijnaam Steve Stunt opleverde. Tegenstanders verweten hem ‘links populisme’ en voerden aan dat ‘gratis niet bestaat en er altijd wel iemand de rekening betaalt.’ Toch kwamen stadsplanners van heinde en ver naar Hasselt en zijn Groene Boulevard kijken.

Vier jaar na zijn overwinning in Hasselt was Steve Stevaert opgeklommen tot vice-premier in de Vlaamse regering. Als minister van Mobiliteit zette hij het gratis-beleid verder. Zo schafte hij het kijk-en luistergeld af. Hij zette ook de bulldozer in tegen illegale weekendhuisjes en villa’s zonder bouwvergunning.

Samen met Patrick Janssens, vice-premier Johan Vande Lanotte en minister Frank Vandenbroucke was hij een van de zogenaamde Teletubbies, het kwartet dat de partij in handen had.

Hoewel hij naar het publiek toe met brio zijn handelsmerk van ‘gezellig socialisme’ meesterlijk uitspeelde en zijn boodschap verpakte in voor iedereen begrijpbare one-liners was hij ook een handig strateeg en kon hij volgens intimi een brutaal machtspoliticus zijn en een verlicht despoot.

‘Dat Steve zich op een bepaald moment onaantastbaar waande, zou uiteindelijk ook zijn drama worden’, zou een kennis veel later zeggen.

Maar in die jaren kon het goudhaantje van de Vlaamse socialisten niets verkeerd doen. Zijn populariteit bleef gestaag stijgen. Door een monsterscore bij de gemeenteraadsverkiezingen was zijn partij in staat om helemaal alleen te regeren, maar in een typisch verrassend gebaar verkoos hij de andere partijen mee in bad te nemen. Zijn grootste stunt leverde hij bij de federale verkiezingen van 2003, toen hij zijn partij naar een overwinning van bijna 25% stuwde, een ongekende luxe voor de sp.a die daarmee net niet de grootste partij werd in Vlaanderen. Zelf klokte Stevaert toen af op 600.000 voorkeurstemmen. ‘Steve is God’, blokletterde een krant.

Bergaf

Dat moment de gloire zou Stevaert nadien nooit meer evenaren. Van dan af ging het alleen maar bergaf.

Zo slaagde hij er niet in om zijn droom - alle linkse partijen samen te brengen in een groot kartel - te verwezenlijken. In 2005 nam hij verrassend afscheid van de nationale politiek en keerde hij terug naar zijn geliefde Limburg om er gouverneur te worden. ‘Hartproblemen’, voerde hij zelf aan als reden. Het volgende jaar vond hij de tijd om te huwen met Marleen Beys, de vrouw met wie hij al 30 jaar samenwoonde.

Als gouverneur zette Stevaert Limburg stevig in de markt als sterk merk. Hij slaagde erin aanzienlijke fondsen los te peuteren voor zijn provincie en haalde de banden aan met Nederlands-Limburg.

Maar zijn naam dook iets te vaak op in onverkwikkelijke affaires waarin belangenvermenging werd vermoed. Hij werd genoemd in de omstreden aankoop van de Pukkelpopweide door de stad Hasselt en hij kwam ook in opspraak in de heisa rond de graaicultuur bij de politiezone HAZODI, waar de commissaris een protégé van Stevaert bleek.

2011 was ook op persoonlijk vlak een gitzwart jaar voor Stevaert. Een Marokkaanse prostituée uit Brussel, met wie hij een relatie had gehad, zou hem voor duizenden euro’s hebben afgeperst met een sekstape. De zaak lekte uit toen Stevaert klacht indiende, waarna de vrouw in een tegenklacht beweerde dat hij haar had bedreigd als zij hem niet meer zou willen ontmoeten.

Bovendien maakte in dat jaar ook zijn jongere broer, met wie hij zeer close was, een einde aan zijn leven. Korte tijd later overleed ook zijn vader. Stevaert, die er volgens intimi helemaal doorzat, kondigde op 1 december 2011 aan om zich terug te trekken uit het publieke leven.

‘Politiek genie’

Daarmee verdween een van de markantste Belgische politici van de afgelopen decennia van het toneel. ‘De socialistische partij had de laatste dertig jaar maar enkele spelers in de Champions League’, zei Freddy Willocx, zelf een van de rode tenoren, bij zijn afscheid. ‘De socialistische partij had de laatste dertig jaar maar enkele spelers in de Champions League: Willy Claes, Karel Van Miert, Louis Tobback en Steve Stevaert.’

Stevaert noemde hij zelfs ‘een politiek genie zonder gelijke’.

‘Ik zal je een anekdote vertellen: in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 zat ik in de knoei met mijn campagneslogan. We hadden gebrainstormd, maar we kwamen er niet uit. Dus belde ik Stevaert voor wat goede raad. Ik leg hem drie slogans voor, waarop hij zegt: ‘Nee Freddy, ik zou er ‘Veel gedaan, nog veel te doen’ van maken.’ Dat floepte er zomaar uit. Ik heb mijn hele campagne op die slogan afgestemd en we hebben ruim 35 procent gehaald.’

De afgelopen jaren leek Stevaert uitgeweken naar de rand van het openbare leven. Hij werd voorzitter van de culinaire gids Gault-Millau Benelux, koren op de molen van wie hem altijd al ‘een kaviaarsocialist’ had gevonden.

Vorige week dook hij nog toevallig op tijdens opnames van ‘Heylen en de Herkomst’ in het Vietnamese restaurant Little Asia in Brussel. Het voormalige godenkind maakte enkele grapjes over de uitbaatster maar oogde ook oud en vermoeid.

En nu is hij uit het leven gestapt. Een van zijn meest geciteerde oneliners ‘Hij die niet te vroeg weggaat, gaat altijd te laat weg’, heeft een wel heel bittere naklank gekregen.

Door Geert Neyt