Kamercommissie geeft groen licht voor ‘strijd tegen sociale fraude’

Bron © belga

Foto: BELGA

De Kamercommissie Sociale Zaken heeft woensdagvoormiddag het licht op groen gezet voor het luik ‘strijd tegen sociale fraude’ van de programmawet, die uitvoering geeft aan de begrotingscontrole. Zoals gebruikelijk bij dergelijke oefening werden de amendementen van de oppositie weggestemd.

Staatssecretaris voor de strijd tegen sociale fraude, Bart Tommelein, lichtte de krachtlijnen van de nieuwe maatregelen tegen sociale fraude toe, die goed moeten zijn voor een extra-opbrengst van 60 miljoen euro.

Het gaat onder meer over de invoering van de aanwezigheidsregistratie in de vleessector, naar analogie met de bouwsector, het opvoeren door de RVA van de strijd tegen de domiciliefraude - door onder meer de herinvoering van de thuiscontroles door inspecteurs van de RVA, die in 2000 afgeschaft werden -, de uitbreiding van de subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid voor RSZ en fiscus van de hoofdaannemer tot de opdrachtgever, en de verdubbeling van de administratieve geldboetes voor fictieve aansluitingen als zelfstandigen.

‘Verwittigingsperiode’ schrappen

Meryame Kitir (sp.a) diende vier concrete amendementen in, die volgens haar de concrete uitvoering waren van de resolutie van de meerderheid, die de regering aanzette om een tandje bij te steken inzake sociale fraude. Het eerste stelde voor om de hoofdelijke aansprakelijkheid voor lonen uit te breiden naar alle sectoren.

Daarnaast stelde sp.a ook voor om de zogenaamde ‘verwittigingsperiode’ van 14 dagen te schrappen. Een derde amendement wil de onbetaalde lonen opeisbaar maken vanaf het begin van de geleverde prestaties.

Tot slot wilde Meryame Kitir met een aantal specificaties de wet op schijnzelfstandigheid ook toepasbaar maken voor de inspectiediensten. Door de amendementen weg te stemmen bewijst de meerderheid volgens haar dat de resolutie ‘niet meer was dan een zuchtje wind’.

De commissie stemt later op de dag nog over de luiken van de programmawet die tot de bevoegdheden van de ministers De Block en Peeters behoren.

Door