Grondwettelijk Hof verwerpt beroep van kaderpersoneel tegen eenheidsstatuut

Bron © BELGA

Het Grondwettelijk Hof heeft donderdag het beroep tegen het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden verworpen dat was ingesteld door de Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel (NCK). Die vond dat het eigendomsrecht werd aangetast.

De NCK trok naar het Grondwettelijk Hof tegen enkele bepalingen uit het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden. De vorige federale regering had dat statuut uitgewerkt om de ongelijkheden in de ontslagregeling weg te werken, nadat een eerder arrest van het Grondwettelijk Hof daar een concrete deadline op geplakt had.

Volgens de confederatie tast de nieuwe regeling echter het eigendomsrecht aan, omdat een deel van de opzegtermijn of de opzeggingsvergoeding voortaan opgaat aan 'inzetbaarheidsverhogende maatregelen' zoals outplacement. Bovendien is er sprake van een ongelijke behandeling, oordeelt de belangengroep, omdat dit niet geldt bij een opzegging korter dan dertig weken.

Maar het Grondwettelijk Hof volgt die redenering niet. De rechters onderstrepen niet alleen dat de wetgever terzake over een ruime beoordelingsvrijheid beschikt, maar vinden bovendien dat 'inzetbaarheidsverhogende maatregelen' ook in het belang zijn van de ontslagen werknemer, aangezien ze hem of haar makkelijker aan een nieuwe job moeten helpen.

Het verschil in behandeling tussen opzegtermijnen korter en langer dan dertig weken, is voor het Grondwettelijk Hof evenmin een probleem. Het recht op outplacement is net bedoeld voor werknemers met een zekere anciënniteit, aangezien 'het verlies van de algemene competenties ten voordele van functie-specifieke kennis toeneemt naarmate de anciënniteit groter is', aldus nog de rechters.