COLUMN. Wir haben es gewusst

Dimitri Verhulst Foto: fvv

Gent -

Ik schrijf dit voor de vrouw die bedelt op de stoep voor mijn supermarkt, ik schrijf het voor haar soortgenoten, zij die zichtbaar zijn, zij die onzichtbaar zijn. En ik schrijf het voor de velen die niet tot op de stoep voor onze supermarkten geraakt zijn, omdat ze ergens opgezwollen liggen te rotten en te gisten op een strand, tot een lijkzak hen aan het zicht van de pers onttrekt.

Omstreeks deze tijd, waarin de troost van een zomer zachtjes ongedaan wordt gemaakt, hokken ergens in Stockholm en Oslo mensen samen, de hemden kraaknet uit de droogkuis, de wangen parelend van after-shave. Hun oordeel gestut door diploma’s en titels. Ze eten lekker, zalm waarschijnlijk, en zij bedisselen wie over een viertal weken de Nobelprijs voor datjes en ditjes dient te worden toegekend.

Zo ook de Nobelprijs voor de Vrede. Barack Obama kreeg die enige jaren geleden, nog voor hij werkelijk iets had bewezen, nog voor hij de Amerikaanse president werd met het grootst aantal dodelijke en volkomen onschuldige burgerslachtoffers op zijn geweten. Nadien ging die prijs naar de Europese Unie. Want tja, zo kwaakte men, een continent dat het zo lang zonder oorlog had zien uit te zingen, dat verdiende toch een bloemetje?

Azijn moeten wij zeiken van zo veel hypocrisie. We pompen met plezier miljoenen in de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Er valt een kermis aan te koppelen, de geur van braadworst. De Westhoek als het Walt Disney van de wereldvrede. We sturen onze kinderen naar het Anne Frank Mu­seum, met overtuiging trouwens, en bejubelen de grootsheid van mensen die de verschopten wensten te verstoppen in hun kleerkast. En ondertussen houden wij, eigengeile Europeanen, al onze deuren op slot voor zij die vandaag, ik herhaal, die vandaag, dus nu, nu, nu op de vlucht zijn voor een oorlog. Voor kogels, voor verkrachting, voor honger, voor onderdrukking, en voor alles anders waarvoor geen van ons ooit op de vlucht zou willen moeten slaan. Ogen toe, snaveltjes dicht. Concentreren wij ons op de kerstmarkt die weldra weer begint.

Er dreven recentelijk nog lampjes op de Leie, om de smeerlapperij op Hiroshima te herdenken. Ach, hoe schattig en feeëriek. Ik had een groter geloof in de mensheid gekregen indien er gewoon stront op de rivier had gedreven.

Door Dimitri Verhulst