Oeso: ‘Vlaanderen moet meer investeren in basisonderwijs’

Bron © BELGA

Foto: An Nelissen

Vlaanderen moet overwegen om de geldstromen tussen basis- en secundair onderwijs te harmoniseren. Dat stelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) vrijdag in een rapport over de financiering van het Vlaams onderwijs.

‘Vlaanderen moet het budget dat gespendeerd wordt aan een leerling in het basisonderwijs en een leerling in het secundair onderwijs herzien’, dat raadt de Oeso aan in haar meest recente rapport. Investeren in kinderen tijdens de vroege jaren levert meer op dan later tijdens de schoolcarrière, luidt het. Leerachterstand kan je het best aanpakken in het lager onderwijs.

De grote verschillen in uitgaven voor het basis- en secundair onderwijs verklaart de Oeso door de manier waarop leerkrachten vergoed worden. ‘Een combinatie van factoren draagt bij tot hogere kosten voor lonen van leraars in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Leraars op die niveaus hebben een masterdiploma, worden meer betaald en hun klassen zijn vaak kleiner’, luidt het.

Te kleine klassen

De Oeso heeft ook vragen bij de ‘vrijheid van onderwijs’ in Vlaanderen, waarbij ouders de school van hun voorkeur kunnen kiezen tussen de scholen van de verschillende onderwijskoepels. De club van 34 rijke landen bekritiseert daarnaast ook de te kleine klassen en het te diverse aanbod.

De studie van de Oeso kaart ook opnieuw de ‘diepe ongelijkheid’ in het onderwijssysteem aan. Sociaaleconomische factoren hebben een te sterke invloed op het traject dat leerlingen afleggen en hun prestaties. Die ongelijkheid aanpakken blijft ten zeerste relevant in het licht van de demografische evolutie waar het Vlaamse onderwijs voor staat, aldus de Oeso. Het aantal schoolgaande kinderen en jongeren zal blijven toenemen, maar niet alle regio’s zullen die veranderingen in dezelfde mate voelen.

Door