Politieagenten en journalist voor de rechter omdat ze te snel identiteit daders Charlie Hebdo prijsgaven

Bron © BELGA

Iemand legt bloemen neer bij het hoofdkantoor van Charlie Hebdo Foto: AFP

Twee politiemannen, een journalist en een gewezen agent van de Franse inlichtingendienst moeten zich voor de rechtbank verantwoorden voor de te snelle bekendmaking van de identiteit van de gebroeders Kouachi op de sociale media op de avond van de aanslag tegen de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo op 7 januari 2015. Dat is vrijdag van de Franse justitie vernomen.

De twee politieagenten moeten zich verantwoorden voor de schending van het beroepsgeheim, een overtreding waarop een gevangenisstraf tot een jaar staat en een boete tot 15.000 euro, aldus het parket van Parijs. Volgens een politiebron stonden beide agenten in voor de openbare veiligheid in twee provinciesteden en waren ze op het ogenblik van de feiten niet betrokken bij het onderzoek naar het bloedbad op de redactie van Charlie Hebdo.

Ze worden ervan verdacht kopieën van de identificatiegegevens van de broers Kouachi doorgespeeld te hebben naar een agent van de DGSE (Franse buitenlandse inlichtingendienst), Pierre Martinet, die op zijn Facebookpagina een opsporingsbevel naar de twee moordenaars en een veronderstelde medeplichtige had geplaatst. Die laatste was al snel buiten verdenking gesteld, maar zijn naam bleef circuleren op de sociale media.

Een andere, op de sociale media erg actieve man, fotojournalist Jean-Paul Ney, had op Twitter beelden gepost van de pasfoto van Saïd Kouachi, het opsporingsbevel en een andere fiche over Chérif Kouachi. Pierre Martinet en Jean-Paul Ney moeten zich verantwoorden voor heling van documenten verkregen uit de schending van het beroepsgeheim.

De eerste elementen werden verspreid op de avond van 7 januari, kort voor 21.00 uur, en de namen van de broers Kouachi werden in de loop van de avond door de media genoemd. Politiediensten en procureur François Molins betreurden het lek, waardoor “elk verrassingselement teniet werd gedaan”. Een officieel opsoringsbevel werd pas om 3.00 uur ‘s nachts verspreid. “De vrijheid van informatie is een recht, maar geen absoluut recht. Het is een begrensd recht dat rekening moet houden met het recht van mensen, lopende onderzoeken wanneer dit gaat over veiligheidskwesties en de waardigheid van de slachtoffers”, verklaarde François Molins.

De datum van het proces is nog niet vastgelegd. Volgens een gerechtelijke bron zou het mogelijk deze zomer kunnen plaatsvinden.

AANGERADEN
Meest recent