Met dit (vreemde) argument slaat Facebook terug naar ons land

Bron © De Tijd

Foto: AP

Facebook bracht woensdag een opmerkelijk argument naar voren in het privacyproces dat ons land tegen het sociaal netwerk aanspande. Onze eigen taalwet werd tegen ons gebruikt, meldt De Tijd. “De rechter in eerste aanleg gebruikte Engelse woorden als browser en cookie. Dat mag niet. Dat moest internetsnuffelaar en koekje zijn”, aldus de advocaten van Facebook, die het oorspronkelijke vonnis nu nietig willen laten verklaren.

Het is verboden voor Facebook om niet-gebruikers te volgen via sociale plug-ins (bijvoorbeeld vind-ik-leuktoepassingen op andere sites). Dat oordeelde de rechter in eerste aanleg afgelopen november. Het sociaal netwerk ging echter in beroep tegen die uitspraak, waardoor de juridische strijd tussen Facebook en de Belgische privacycommissie nu voortgezet wordt voor het Brusselse hof van beroep.

Internetsnuffelaar

En daar kwam Facebook vandaag met een opmerkelijk argument aanzetten. “Er stonden Engelse woorden als browser, server, cookie en homepage in het eerste vonnis. Maar dat is in strijd met de Belgische taalwet”, aldus de advocaten van Facebook. “Als aan advocaten gevraagd wordt om het Nederlands te gebruiken als proceduretaal, dan geldt dat ook voor rechters.”

Het vonnis moet volgens hen dan ook volledig in het Nederlands geschreven zijn. Maar dat was dus niet het geval, waardoor het vonnis nietig verklaard moet worden. De advocaten deden zelfs enkele suggesties. Zo moest browser vertaald worden als ‘internetsnuffelaar’ en cookie als ‘koekje’.

Volgens Facebook maakt het niet uit dat zij die termen toch wel snappen. “Het is een vereiste dat justitie voor iedereen verstaanbaar is”, aldus Dirk Lindemans, de vertegenwoordiger van Facebook Belgium, in De Tijd. “Anders krijg je een hellend vlak richting klassenjustitie.”

Andere argumenten

De taalwet was niet het enige argument van Facebook. Volgens het technologiebedrijf is hun werkwijze “nodig” om de veiligheid van de site te garanderen en zijn er ook twijfels in verband met de ‘bevoegdheid’ van de Belgische privacycommissie. De gegevens van Facebook worden namelijk niet in België, maar in het Ierse Dublin verwerkt.

Kort geding

Het Brusselse hof van beroep buigt zich op 11 mei over het kort geding tussen de Belgische Privacycommissie en Facebook. Op 10 november besliste de Brusselse kortgedingrechter dat de sociale netwerksite de browers van niet-facebook-gebruikers niet langer mocht registreren via de zogenaamde datr-cookie omdat dat de privacy van die niet-gebruikers zou schenden.
Volgens Facebook is die datr-cookie essentieel voor haar beveiligingsysteem, reden waarom de sociale netwerksite in beroep ging tegen de beschikking. Dat beroep werd woensdag ingeleid voor de 18de kamer van het Brusselse hof van beroep en wordt op 11 mei gepleit. De behandeling neemt vermoedelijk de hele dag in beslag.

Intussen start op 29 januari voor de Brusselse rechtbank van eerste aanleg een ander proces van de Belgische Privacycommissie tegen Facebook. Het gaat om de procedure ten gronde, die breder gaat dan de kortgedingprocedure. Ditmaal gaat het niet alleen om de privacy van de niet-gebruikers maar ook om die van de Facebook-gebruikers. Die stemmen bij hun registratie op het sociale netwerk wel in met het cookie- en advertentiebeleid van Facebook maar volgens de Privacycommissie is die toestemming niet wettig omdat de gebruikers tegelijkertijd moeten instemmen met de algemene gebruiksvoorwaarden en het cookie- en advertentiebeleid.
Die twee zaken zouden losgekoppeld moeten worden, vindt de Privacycommissie.
 

Door Michaël Temmerman