- - Wilfried Nelissen tweevoudig winnaar vande Omloop Het Nieuwsblad

Wilfried Nelissen: “142 euro per maand. Niet veel voor een been dat kapot is”

© Karel Hemerijckx

In 1994 duwde Wilfried Nelissen onverschrokken de robuuste Abdoesjaparov opzij om voor het tweede jaar op rij de Omloop Het Volk te winnen. Drieëntwintig pas, en klaar om dé sprinter van zijn generatie te worden. Tot hij één keer te veel viel, zo hard dat zelf ‘Jerommeke’ er niet meer van herstelde. Vandaag is Nelissen ‘express-koerier’ – “180.000 kilometer per jaar in de auto” – en passeert hij nog geregeld langs Armentières en Lovendegem, de plaatsen die zijn carrière en zijn lijf voor altijd hebben getekend.

Jan-Pieter De Vlieger

Wielrennen op Sportwereld.be

Zo laat de carrière van Wilfried Nelissen zich samenvatten: één rit in de Tour, drie dagen geel, twee keer Belgisch kampioen, twee keer de Omloop Het Nieuwsblad. En twee monumentale valpartijen. De eerste, in Armentières, behoort tot het collectief geheugen. Een agent neemt een foto, een klein peloton renners implodeert. “Van de val herinner ik me niks”, zegt Nelissen. “Ik weet alleen dat de weg slingerde in de aanloop naar de sprint. Marc Sergeant, mijn vaste locomotief, zegt dat ik zeker had gewonnen. Ik moet enorm snel uit zijn wiel zijn gekomen.”

“In het ziekenhuis ben ik wakker geworden. Ik wist van niks. Naar het schijnt vroeg ik meteen aan mijn vrouw: En, heb ik gewonnen?(lacht) Het heeft lang geduurd voor ik die beelden terug zag. In het ziekenhuis hadden ze een televisietoestel waar je voortdurend munten in moest stoppen. Net als de nieuwsuitzending over de val begon, was mijn geld op.” (lacht)

Nelissen heeft het verhaal van zijn valpartijen al vaak gedaan. Grote emoties horen daar niet bij, ook niet als hij het verschrikkelijke litteken op zijn rechterbeen toont. Een grillige, dieprode markering in het oneffen oppervlak van zijn scheenbeen. Het was die tweede zware val, in Gent-Wevelgem van 1996, die zijn carrière onderuit haalde. “Die val herinner ik me wel”, zegt Nelissen. “De baan gaat naar links en ik rijd achter Franco Ballerini. En zoals we dat toen zeiden: het peloton schoot in gang. Er komt een flauwe bocht naar rechts en Ballerini gooit zich plots naar links. Ik rijd vol op een paaltje, pak het eerst met de tip van mijn voet. Dat eerste moment was pijn, pijn, pijn. Het bloed spoot alle kanten uit. Ik had een open beenbreuk, mijn knieschijf lag in zeven stukken uit elkaar, en ook mijn dijbeen en bekken waren gebroken.”

“Ik was zesentwintig jaar en wilde zelf ook verder doen. Maar achteraf moet je zeggen dat het een verkeerde beslissing is geweest. Via de verzekering had ik tot mijn vijfenzestigste een gewaarborgd inkomen van 260.000 Belgische frank per maand (6.445 euro). Omdat ik besloot om opnieuw aan topsport te doen, viel dat weg. Ik krijg nu 142 euro per maand. Niet veel voor een been dat kapot is.”

Nu in het nieuws