OVERZICHT. De vlucht van Salah Abdeslam: 126 dagen onzekerheid

Schaarbeek / Sint-Jans-Molenbeek -

De meest gezochte terrorist ter wereld is gevat. Salah Abdeslam kon na de aanslagen in Parijs 18 weken of 126 dagen lang uit de greep van de politie te blijven, maar vrijdagavond kon hij dan toch opgepakt worden. Het was het einde van een frustrerende zoektocht voor de speurders.

13 november, Parijs: Negen terroristen slaan genadeloos toe in de Franse hoofdstad. Salah Abdeslam zet drie mensen, waaronder zijn broer Brahim, met de auto af aan het Stade de France. Daar blazen ze zich alle drie op. Ook elders in Parijs doden hun kompanen in totaal 130 mensen. Na de aanslagen reed Abdeslam in een zwarte Renault Clio door naar het 18de arrondissement van Parijs.

14 november, Brussel: Na de aanslagen weet Abdeslam te vluchten. Zijn auto wordt gevonden in Montreuil, maar de bestuurder is al weg.

Mohammed Amri en Hamza Attouh krijgen net na de middernacht telefoon van Abdeslam, met de vraag of ze hem willen komen halen in Parijs. “Autopech”, haalt Abdeslam aan als reden.

De mannen uit Molenbeek halen Abdeslam op en met de terrorist in de wagen rijden ze voorbij twee politiecontroles. De politie herkent Abdeslam niet, dus mogen ze doorrijden. Tijdens die terugrit huilt Abdeslam volgens Attouh heel de tijd. “Toen heeft hij ons verteld wat hij gedaan heeft”, zal de man daar later over zeggen. Er duiken zelfs beelden op van de vlucht van de drie.

 

 

Een paar uur later droppen ze hem aan het Koning Boudewijnstadion in Brussel.

14 november, Schaarbeek: Een andere vriend, Ali Oulkadi, pikt Abdeslam even later op aan metrostation Bockstael in Laken. De terrorist vertelt hem wat zijn broer gedaan heeft, maar verzwijgt zijn eigen rol. Oulkadi zet hem af op een adres in Schaarbeek, de voorlopig laatste keer dat Abdeslam officieel gezien is.

16 november, Schaarbeek: Twee dagen later valt de politie in Schaarbeek binnen bij de beruchte familie Bazarouj in de Delaunoystraat. De agenten hopen er Abdeslam aan te treffen, maar dat gebeurt niet.

Even later doet het verhaal de ronde dat de terrorist in een kast naar buiten werd gesmokkeld en weggevoerd terwijl de politie de woning nog aan het omsingelen is. Dat verhaal is nooit bevestigd geraakt.

10 december, Schaarbeek: Een nieuw spoor naar de wereldwijd gezochte terrorist duikt op in de Henri Bergéstraat in Schaarbeek. In een verlaten appartement, een zogenaamd safehouse, treffen speurders springstof aan, samen met drie met de hand gestikte gordels die gebruikt zouden kunnen worden als bommengordels.

Ook een vingerafdruk van Salah Abdeslam wordt er aangetroffen, daterend van na de aanslagen in Parijs.

18 februari, Marokko: Even wordt er rekening mee gehouden dat Abdeslam gevlucht is naar Marokko. Die geruchten worden op 18 februari de kop ingedrukt door de grote baas van de Marokkaanse anti-terreurdienst. “Anders zouden we dat zeker geweten hebben”, zegt hij.

15 maart, Vorst: Tijdens een routinehuiszoeking in Vorst wordt de politie plots onder vuur genomen. Eén schutter vlucht en wordt even later doodgeschoten, maar twee kompanen slagen erin om weg te geraken.

In de volgende dagen blijkt dat de doodgeschoten schutter een handlanger is van Abdeslam. Meer zelfs: er wordt een vingerafdruk van de terrorist gevonden in het huis in Vorst. Intussen krijgen de speurders belangrijke informatie: Abdeslam zou zich in Molenbeek bevinden.

18 maart: In alle stilte zet een grote politiemacht koers naar de Vierwindenstraat in Molenbeek. Daar vallen ze het appartement binnen waarvan ze vermoedden dat Abdeslam er zich schuilhoudt. Ze treffen er de terrorist ook aan, schieten hem in de knie en weten hem te overmeesteren.

Abdeslam wordt gewond naar het ziekenhuis gebracht terwijl heel het land juicht. “We hebben hem”, klinkt het in koor.

Door Guy Stevens
AANGERADEN