“Fiscus kan wie grote sier maakt meer controleren”

Bron © BELGA

Valt die grote sier niet te rijmen met de belastingaangifte van de betrokkene, dan kan de fiscus een wettelijk vermoeden inroepen dat er iets niet pluis is (archiefbeeld). Foto: Jimmy Kets

De fiscus benut lang niet alle mogelijkheden tot controle naar wie veel rijker lijkt dan zijn belastingaangifte doet vermoeden. Dat besluit het Rekenhof in een nieuw rapport. De fiscus heeft bovendien te weinig zicht op de vermogens van belastingplichtigen om het vizier steeds op de juiste mensen te kunnen richten.

‘Tekenen en indiciën van welstand’, zo luidt het officieel. Denk bijvoorbeeld aan mooie huizen in binnen- en buitenland, dure auto’s of een jacht. Valt die grote sier niet te rijmen met de belastingaangifte van de betrokkene, dan kan de fiscus een wettelijk vermoeden inroepen dat er iets niet pluis is.

De belastingdienst doet dat ook, maar laat volgens het Rekenhof nog kansen liggen. Zo vragen de controlediensten van de Algemene Administratie Fiscaliteit bij zogenaamde ‘indiciaire controles’ slechts zelden de opheffing van het bankgeheim. De Bijzondere Belastinginspectie maakt er wel ‘in beperkte mate’ gebruik van.

“Te weinig zicht op onroerend goed”

De fiscus doet ook te weinig met wat te vinden is tussen de boekingen en bewegingen op de rekening-courant, waarop de schulden en vorderingen tussen vennootschappen en hun vennoten verzameld worden. En de controlediensten hebben te weinig zicht op de historische aan- en verkopen van onroerend goed door de belastingplichtigen.

Meer algemeen is het voor de fiscus moeilijk om het vizier steeds juist te richten, omdat die nog steeds slechts ‘een beperkt zicht heeft op het vermogen van een belastingplichtige’. Maar het schort ook nog te vaak bij de doorstroming van informatie tussen de verschillende fiscale administraties. Zeker als het gaat om erfenissen, schenkingen en transacties in onroerend goed. En ook de wisselwerking tussen de controles naar de personenbelasting en de vennootschapsbelasting moet beter, luidt het.

Op dit moment blijft de opbrengst van ‘indiciaire controleacties’ eerder bescheiden, besluit het Rekenhof. Vermoedens rond zelfstandigen geven het vaakst een ‘hit’, maar overgedragen verliezen maken dat de uiteindelijke belastingopbrengst er toch lager ligt dan bij de loontrekkers en bedrijfsleiders. Het Rekenhof hekelt tot slot dat er praktisch geen sprake is van interne controle of kwaliteitscontrole op de indiciaire taxaties.

AANGERADEN
Meest recent