Rechters houden niet van de hoofddoek

Eén rechter op de zeven geeft aan dat hij geen hoofddoek wil zien in de rechtszaal. Foto: Photo News

Islamitische sluiers in de rechtszaal roepen bij de magistratuur duidelijk meer weerzin op dan joodse keppeltjes. Dat blijkt uit een enquête van het Human Rights Centre van de UGent.

Hagar Lachiri, die zich burgerlijke partij had gesteld in de strafzaak over de moord op haar broer, hoopt dit jaar een uitspraak te krijgen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). De Brusselse ­Lachiri werd niet binnengelaten in de rechtszaal omdat ze weigerde haar hoofddoek af te nemen. De rechter baseerde zijn beslissing op een oud artikel van het Gerechtelijk Wetboek, dat ‘toehoorders’ verplicht om rechtszittingen bij te wonen met ongedekten hoofde, eerbiedig en stil­zwijgend. Omdat ze haar hoofddoek ziet als een religieuze uiting, trok ze naar Straatsburg.

De feiten zelf zijn al een aantal jaren oud, maar naar aanleiding van de zaak ‘Lachiri vs. België’ verspreidde het Gentse Human Rights Centre (HRC) van de UGent een enquête onder Belgische magistraten. 255 Nederlandstaligen en 263 Franstaligen vulden de vragenlijst in. Wat blijkt? Voor de meesten volstaat een ‘respectvolle houding’, al wordt aan jongeren meestal gevraagd om hun pet af te zetten.

Toch heeft 14 procent van de rechters (11 procent aan Nederlandstalige kant, 17 procent van de Franstalige respondenten) problemen met een religieus hoofddeksel, en zouden ze vragen het af te nemen. Of het nu gaat om de beklaagde, het slachtoffer, de getuige of een toehoorder.

“Verontrustend”

Professor Eva Brems, hoofd van het HRC: “We zien een duidelijk verschil naargelang de religie: keppel, tulband of katholieke hoofddoek worden minder als problematisch beschouwd. Een klein maar betekenisvol percentage van de magistraten heeft een negatieve perceptie van de islamitische hoofddoek, ongetwijfeld door de groeiende vooroordelen in de maatschappij.” De rechters geven aan dat ze zich “ergeren” aan hoofddoeken, dat “islamieten niet multireligieus zijn ingesteld”, dat een sluier toestaan “het begin van een invasie” is.

“Het idee dat het hoofddoekenverbod normaal is, verspreidt zich als een olievlek”, zegt Brems, “zelfs onder neutrale rechters, die toch het verschil zouden moeten kennen tussen godsdienstvrijheid en gebrek aan respect. Dat is verontrustend.”

De advocatuur is verdeeld, stelt De Juristenkrant vast. De Vlaamse balies hanteren geen verbod, de Franstalige balie in Brussel wel. Brems: “Toch durven advocates niet gesluierd pleiten. Ik vind dit erg voor juristen-in-opleiding met een hoofddoek.”

Door marjan justaert