De vergeten oorlogshelden: de broers die samen sneuvelden aan het front

Het is vandaag exact honderd jaar geleden dat Edward (22) en Frans (20) Van Raemdonck gesneuveld zijn aan de IJzer. De twee jonge broers uit Temse trokken in 1914 samen naar het front en sneuvelden een jaar voor het einde van de Grote Oorlog. Als helden, als toonbeeld van broederliefde maar ook als symbolen van de Vlaamse strijd aan de IJzer. Want net als zoveel Vlaamse soldaten werden ze gekleineerd door hun Franstalige oversten, zo schreven ze in hun brieven aan het thuisfront.

Edward en Frans Van Raemdonck meldden zich in augustus 1914 aan als oorlogsvrijwilliger. Een vriend die hetzelfde had gedaan, kon hen overtuigen om mee te gaan vechten tegen de Duitsers en voor het vaderland. Zo belandden ze aan de IJzer.

Hun eerste brieven aan het thuisfront, zegt burgemeester Luc De Ryck van Temse in zijn boek ‘Terug naar niemandsland’, eindigden ze nog met ‘Leve België’. Maar die toon sloeg al snel om omdat ze zich als Vlamingen gekleineerd voelden door de Franstalige officieren. Dat zou de drie jaar dat ze aan het front zaten, niet veranderen. Maar ze vonden steun bij elkaar en bij hun vrienden van de 6de Compagnie van het 24ste Linieregiment. Die vriendschap was nodig om te overleven. Want er was niet alleen de vijand, er waren ook de vreselijke omstandigheden waarin ze leefden.

In de nacht van 25 op 26 maart 1917 voerden ze een raid uit op Stampkot, een gehucht van Steenstrate-Zuidschote (Ieper), met de bedoeling zo veel mogelijk Duitsers krijgsgevangen te maken.

De vergeten oorlogshelden: de broers die samen sneuvelden aan het front

Edward (22) en Frans (20) waren als Vlamingen aangeduid om een groep granaatgooiers aan te voeren bij de bestorming van Stampkot. Ze werden letterlijk als kanonnenvlees uitgestuurd en moesten 250 meter lopen in een open veld. Recht op de Duitse loopgraven af en daarbij zo veel mogelijk granaten gooien in de richting van de vijand. Op die manier moesten ze het pad effenen voor de anderen.

Afspraak aan de noodbrug

De broers zouden, zo hadden ze vooraf afgesproken, na de raid elkaar terugvinden aan de noodbrug over de Ieperleevaart.

Edward wachtte daar vergeefs op zijn broer die hij tijdens de aanval uit het oog was verloren. Maar Frans daagde niet meer op. Gesneuveld onder het Duitse artillerievuur.

“Zij zouden den één zonder den anderen niet terugkeren, als moesten zij sterven in malkanders armen”, zo schreef Ons Vaderland, de krant van de Vlaamse Frontbeweging.

Dat ze effectief in elkaars armen stierven, zoals destijds werd geschreven, is niet duidelijk. De versies daarover zijn in de loop der jaren een paar keer gewijzigd.

Zeker is wel dat Edward, tegen alle instructies in van zijn Franstalige oversten in, terug naar de vijandelijke linies is gelopen om er zijn broer te zoeken. Wellicht vlak nadat hij het lichaam van zijn broer had gevonden, werd ook hij door de vijand neergeschoten. Want de twee lichamen lagen bij elkaar toen ze op 12 april 1917 werden gevonden. Of hij Frans in zijn armen hield toen hij een kogel kreeg, dat zullen we nooit met zekerheid weten. Het is vaak gezegd en geschreven, maar even dikwijls weer ontkend.

Zus door Duitser verkracht

Ook zeker is dat er nog een derde gesneuvelde soldaat bij de broers lag. De Waalse korporaal Aimé Fiévez. Net als de twee Vlaamse broers was hij vrijwillig gaan vechten. Zijn jongere zus werd door een Duitser verkracht. Aimé was vastbesloten om wraak te nemen door zo veel mogelijk Duitsers te doden.

De vergeten oorlogshelden: de broers die samen sneuvelden aan het front
Frans Van Raemdonck sneuvelde als eerste

Hij was in de nacht van 25 op 26 maart bij Frans Van Raemdonck toen die door een vijandelijke kogel werd geraakt en was bij hem gebleven tot zijn laatste snik. Om uiteindelijk zelf door de Duitsers te worden neergeschoten.

De lichamen van de drie gesneuvelde soldaten lagen in niemandsland en konden niet worden gerepatrieerd zonder nog meer levens in gevaar te brengen. In het leger zou men toen hebben voorgesteld om een halfuur wapenstilstand te vragen aan de vijand om de stoffelijke overschotten weg te halen en hen te kunnen begraven in Westvleteren.

Maar generaal Louis Bernheim, lid van het Grootoosten van België, zou dit voorstel toen hebben afgewezen en aan generaal Mahieu hebben verklaard: “Ik zie er de noodzaak niet van in. Overigens, het is bekend dat de jongste van de twee een flamingant was.”

Begraven in obuskrater

Op 13 april 1917 werden ze in een ondiepe obuskrater aan het front begraven, op een terrein dat was omgeploegd door granaatinslagen.

Pas in september 1917 werd het gebied waar ze lagen begraven weer door de Belgen veroverd op de Duitsers. De stoffelijke overschotten van de drie mannen werden verzameld en met militaire eer begraven.

Nog tijdens de laatste oorlogsmaanden is rond de twee broers een mythe gegroeid. Vaderlandse verenigingen riepen hen nadien uit tot symbool van de Vlaamse strijd aan de IJzer en van broederliefde. “Te samen vereend, in vreugd en nood, als d’r een sterft, de andere ook”, schreef Frans in een van zijn laatste brieven aan zijn ouders.

Ter nagedachtenis van de gebroeders van Raemdonck werd in augustus 1953 in het ‘Vlaams Huis Steenstrate’ in Sint-Niklaas de De Gebroeders Van Raemdonckkring opgericht. Elders in Vlaanderen, onder meer in Temse, werden straten en een park (in Kortrijk) naar hen genoemd.

Herdenkingen

Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van hun overlijden besliste de Vlaamse Vredesvereniging om een comité op te richten dat verschillende herdenkingsinitiatieven bundelt. Vandaag vinden op verschillende plaatsen in Vlaanderen herdenkingen plaats. Om 10 uur was er een bloemenhulde aan de crypte van de eerste IJzertoren met toespraken en een muzikale omkadering door Willem Vermandere. Na de middag verhuist de herdenking naar Steenstrate voor een hulde aan het monument.

Door Thierry Goeman