Vragen na veel te zware Parijs-Nice

Groot deel van peloton misnoegd: “Wielrennen is precies alleen maar klimmen geworden”

© AFP

© AFP

© BELGA

1 / 3

Het moderne wielrennen is een foute weg ingeslagen. Neem nu Parijs-Nice van de voorbije week: een niet-klimmer heeft hier niets meer te zoeken. Bergop uit de voeten kunnen, is niet langer voldoende. Zie Julian Alaphilippe. Was hij geboren in de tijd van Sean Kelly of zelfs Frank Vandenbroucke, dan had hij een ­goede kans om te winnen. Nu niet. Wegens nog niet abso­lute top zoals berggeit Alberto Contador.

Hugo Coorevits

Steeds zwaardere etappes. Altijd hoger gelegen aankomsten, op wegen die afgeboord zijn door muren van sneeuw. Dat is de lijn die al enkele jaren gevolgd wordt door de twee grootste organisatoren Amaury Sport Organisation (Algemeen Slechte Organisatie, parodiëren de ploegen) en RCS.

“Ik snap het niet”, foetert Patrick Lefevere. “We kwamen aan op 1.600 meter hoogte waar er honderd toeschouwers bij de finish stonden en de renners zich net als op de Mont Brouilly op straat moesten omkleden. Naakt op een koude bergtop. Wielrennen is precies alleen maar klimmen geworden. Kijk naar de uitslag. Het is net de Tour. Alaphilippe is als vijfde een uitzondering. De organisatoren blijven vergeten dat de renners de koers maken en niet omgekeerd. De eerste dag lag het toch ook allemaal uiteen in een op papier niet eens zo lastige rit.”

Arnaud Démare, zondag de eerste leider, gaf er zaterdag de brui aan. Alexander Kristoff liet gisteren de beker aan zich voorbijgaan. De twee ex-Primaverawinnaars vonden dat het genoeg was geweest. Degenkolb startte “als training” alsnog de laatste rit. Het heeft misschien iets ­heroïsch, maar begin maart in Tirreno-Adriatico eindigen op de Monte Terminillo (1.675 meter hoog) en in Parijs-Nice nog drie meter hoger op de Couillole (1.678 meter) is er ver over.

Moe

Al maanden pronkt ASO ermee dat ze nooit eerder in de voorbije 74 edities zo hoog eindigde in de Koers naar de Zon. De renners finishten zaterdag in het hoge achterland van Nice pas om half zes en bereikten pas om acht uur het hotel in ­Sophia Antipolis. De ploegbussen moesten een omweg maken en door negen onmogelijke tunnels rijden om pas tegen 22 uur binnen te lopen. Dat was het uur waarop Alberto Contador, net gemasseerd, naar het avondeten trok. Trop is te veel.

Dat vond ook ploegleider Alain Gallopin, werkzaam bij Trek-Segafredo en ook de nonkel van Tony Gallopin. “Wat is de bedoeling van koersen als Parijs-Nice? Ik denk dat de organisator zich van rittenkoers heeft vergist. Dit was een etappe van de Dauphiné, bedoeld als voorbereiding op de Tour, geen rit van Parijs-Nice. Het is net alsof overal Quintana, Contador of Froome moet winnen. Wie geen topklimmer is, heeft nog weinig te zoeken in de WorldTour­rondes van de voorbije week. Ze willen een cleane sport, maar anderzijds wordt – op de Amstel Gold Race, die de Cauberg wegnam als eindklim, na – elke koers ieder jaar zwaarder.”

Yves Lampaert, helper van Martin en Alaphilippe, kwam zaterdagavond met een diepe zucht het lege Mercure-hotel binnen. “Kerels als Contador en Henao rijden bergop twee kilometer per uur rapper. Wat doen we hier eigenlijk? In Valencia was het ook al zo.”

Hetzelfde verhaal bij Jelle Wallays, debutant in Parijs-Nice. “Het is de eerste keer dat ik deze ronde doe. Ik ben blij dat ik naar huis mag. Hopelijk pluk ik de vruchten hiervan in ­Waregem en Harelbeke, maar nu ben ik moe.”

Col d’Eze

Philippe Gilbert wond er geen doekjes om. “Was zo’n finish als zaterdag wel nodig? Ze hadden geluk dat het niet sneeuwde. Eerlijk, ik begrijp het niet meer. Ik weet dat de organisator wil concurreren met Tirreno­Adriatico, maar waar gaat dat eindigen? Moeten de renners over tien jaar klimmen tot op 3.000 meter? Achter sneeuwruimers? De vrijdagrit naar Fayence was toch veruit de mooiste? Zo hoog was het niet en het peloton explodeerde helemaal.”

Zelfs Alberto Contador, klimmer en meespelend voor de eindwinst, gaf toe dat hij nooit een zwaardere Parijs-Nice reed. “Ik verloor de eerste twee dagen in de waaiers deze koers, maar anderzijds moest je heel goed de balans zoeken tussen de energie die je dan verspeelde in functie van de zware slotdriedaagse.”

Jim Ochowicz, ploegmanager van zaterdagwinnaar Porte, vroeg zich hardop af waarom deze koers niet zoals in het verleden eindigde met een slottijdrit op de Col d’Eze. “Dan kan iedereen zelf beslissen of hij voluit gaat of niet.”

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten