Waarom je als cafébaas sneller een boete krijgt dan je rokende klant

Foto: Photo News

Café-uitbaters maken veel meer kans om een rookboete aangesmeerd te krijgen dan hun rokende cafébezoekers. Drie keer zoveel zelfs. “Een roker op café verbaliseren veroorzaakt gegarandeerd problemen”, legt Paul Van Den Meerssche, hoofd van de inspectie Consumptiezaken, uit. “Zonder bijstand van een politieagent beginnen we daar niet aan.”

In het eerste kwartaal van dit jaar schreven de controleurs van FOD Volksgezondheid 58 processen-verbaal uit voor mensen die op café werden betrapt met een smeulende sigaret in de hand. Café-uitbaters daarentegen werden al bijna 170 keer geverbaliseerd. Vreemd toch, want als blijkt dat er in een café wordt gerookt, moet dan ook de roker geen pv krijgen?

“Het is veel moeilijker om een betrapte roker een proces-verbaal te geven dan een cafébaas”, zegt Paul Van Den Meerssche. “Een inspecteur die een uitbater verbaliseert, mag al eens tegenwerking verwachten. Maar een rokende klant op de bon zetten, is echt om problemen vragen. Ofwel wil hij zijn identiteitskaart niet afgeven, of hij scheldt je de huid vol. En als de roker ook nog gedronken heeft, kan ik de veiligheid van mijn controleurs echt niet meer garanderen. Daarom doen we dat alleen nog als er politie bij is. En dat kan natuurlijk niet bij elke controle.”

Stok achter de deur

De boetes zijn ook hoger voor de uitbater dan voor degene die in zijn café rookt. “Dat is begrijpelijk omdat de uitbater de eerste verantwoordelijke blijft voor het naleven van de rookwet in zijn zaak”, aldus Van Den Meerssche. Rokers betalen sinds 1 januari het fikse bedrag van 208 euro (vorig jaar was dat nog 156 euro), voor een cafébaas gaat het al snel om een bedrag van 400 tot 600 euro. Naargelang de omstandigheden kan die boete nog gevoelig oplopen. Bij recidive kan het café zelfs een maand worden gesloten.

“Dat laatste is een noodzakelijke stok achter de deur om het rookverbod af te dwingen”, zegt Van Den Meerssche. “Voor 2015 kon een rechter geen sluiting opleggen. Maar we merkten dat sommige hardleerse cafébazen de boetes gewoon niet betaalden en er lustig verder mocht worden gerookt.”

Brussel rookt

Ook in regio’s met een laks vervolgingsbeleid, merkt de FOD Volksgezondheid dat het rookverbod vaker met de voeten wordt getreden. “Dat is duidelijk het geval in Brussel, waar het parket bijna geen rookovertredingen vervolgt”, zegt Van Den Meerssche. “Niet verwonderlijk dat sommige cafés daar het rookverbod straal negeren.”

In Vlaanderen en Wallonië echter merken we dat de combinatie van frequente controles (5.500 per jaar), een focus op nachtelijke controles en een streng vervolgingsbeleid van de parketten zijn vruchten afwerpt.

Hardleerse speelhallen

De cijfers bewijzen dat het de goede kant opgaat met het rookverbod. Langzaam maar zeker slinkt het aantal overtredingen. In 2013 stelden de controleurs van FOD Volksgezondheid vast dat nog in 22 procent van de cafés nog gerookt werd. In 2016 was dat percentage gedaald naar 13 procent.

“Bij controles na acht uur ’s avonds betrappen we wel een pak meer rokers”, zegt Paul Van Den Meerssche. “In 22 procent van de gecontroleerde cafés werd vorig jaar ’s avonds en ’s nachts gerookt. Maar ook daar komen we van 31 procent.”

In casino’s en speelhallen wordt het rookverbod het meest met de voeten getreden: 40 procent enkele jaren geleden, nog 19 procent vorig jaar. “In speelhallen heeft men lange tijd de wet genegeerd en de ruimte verdeeld in een zone voor rokers en een voor niet-rokers. Dat mag niet. Er moet een aparte en afgesloten rookkamer worden ingericht en daarin mogen géén speelautomaten staan.”

In restaurants en op openbare plaatsen evenwel is de strijd gestreden en wordt bijna niet meer gerookt.

Door Geert Neyt
VOOR ABONNEES