Muyters werkt statuut uit voor jonge topsporters zonder profcontract

Vlaams minister van Sport en Werk Philippe Muyters samen met enkele topsporters. (N-VA). Foto: Kris Van Exel

Geen topsporters meer die moeten afhaken omdat ze het financieel niet aankunnen. Vanaf nu kunnen jonge Vlaamse toptalenten die op hun 18de net niet aan een profcontract raken en niet voortstuderen zich toch nog toeleggen op hun sport, zonder zich zorgen te maken over centen. Vlaams minister van Sport en Werk Philippe Muyters (N-VA) werkte daarvoor samen met de VDAB een statuut uit.

“Ik heb geprobeerd om voort te studeren, maar ik kon het gewoon niet combineren. En op 18 jaar prof worden is gewoon te vroeg. Dan moet je al van in het begin internationaal bij de top 8 behoren.” Ben Adriaensen (19) is in zijn categorie de beste boogschutter van het land, maar kreeg van Sport Vlaanderen geen profcontract toen hij de topsportschool verliet. En indien je niet voortstudeert, moet je het financieel alleen zien te redden.

Tot nu toe, want daar komt vanaf nu verandering in. Aangezien Philippe Muyters zowel minister van Sport als van Werk is, ontstond het idee om de topsporters via de VDAB twee jaar lang extra de kans te geven om zich verder toe te leggen op hun sport en zo vooralsnog door te groeien tot de internationale sportelite en prof te worden. Met een werkloosheidsuitkering op zak geeft het zogenaamde profparcours hen daartoe de kans.

“Er ging in het verleden veel talent verloren. Talent dat anders misschien wel had kunnen doorgroeien. In veel sporten is 18 jaar ook gewoon nog te vroeg. Hiermee moeten topsporters het later toch kunnen halen”, legt de minister uit.

Het zijn de sportfederaties die toptalenten moeten voordragen. Een taskforce van Topsport Vlaanderen hakt dan uiteindelijk de knoop door. Voorwaarde is wel dat de sporters kans maken om het ook internationaal te maken. De lat ligt dus zeer hoog. Waardoor het ook niet over honderden topsporters gaat. Voorlopig zijn er drie die eraan beginnen, maar aangezien het systeem pas nu van start gaat, moeten de federaties nog atleten voordragen. Topsporters die door een blessure hun contract verliezen, kunnen overigens ook in het systeem stappen en zo toch nog die moeilijke periode overbruggen.

VDAB-coach

Ben Adriaensen is de eerste die het parcours gaat afleggen. “Mocht dit niet bestaan, dan was het voor mij gedaan. Als topsporter heb je structuur en zekerheid nodig om ergens naartoe te kunnen werken. Als er financiële onzekerheid is, wordt het moeilijk om te presteren. En ik wil olympisch kampioen worden.”

De boogschutter volgt straks bij de VDAB ook een opleiding om met gehandicapten om te gaan. Het is een manier om sporters die het toch niet halen al voor te bereiden op een job later. Tien procent van het profparcours wordt daarom met een coach van de VDAB afgelegd. “Dat ook al gekeken wordt naar wat na de carrière zal gebeuren, is uniek. Kijk naar veel voetballers die na hun loopbaan in schrijnende toestanden terechtkomen”, zegt minister Muyters.

Zeilster en olympisch medaillewinnaar Evi Van Acker (31) is ook enthousiast over het nieuwe statuut. Zij kreeg op haar 18de een profcontract en ging ook nog studeren, maar weet dat dit niet voor iedereen is weggelegd. “Goed dat er zo’n systeem komt, want de drempel ligt nu veel te hoog.”

Door Farid El Mabrouk
AANGERADEN
Meest recent