Profrenner herstelt moeizaam van hersenkneuzing

Stijn Vandenbergh houdt zwart gat van twee weken over aan zware val: “Elke dag Kiekeboe begint te vervelen”

© PHOTOPRESS.BE

© PHOTOPRESS.BE

1 / 3

Hij bewoog niet. Er liep bloed uit zijn neus. Het was alarmfase rood toen Stijn Vandenbergh (33) op 9 mei met een hersenkneuzing werd afgevoerd na een massaval in de openingsrit van de Vierdaagse van Duinkerke. 35 dagen later gaat het beter met de lange Oost-Vlaming van AG2R-La Mondiale. “Ik heb geen nare herinneringen. Dat kan ook niet. Ik heb een zwart gat van twee weken. Tot vorige week wist ik niet wat ik de dag ervoor had gegeten.”

Bram Vandecapelle

De cover van Kunst en Vliegwerk en de vier andere albums van Kiekeboe springen in het oog. Ze liggen naast de stapels kranten en automagazines in de zetel van de veranda. Het is 11.10 uur en we zitten in het ouderlijke huis van Stijn Vandenbergh. Terwijl zijn moeder buiten de planten begiet, neemt de geblesseerde renner voor ons plaats aan tafel. Hij oogt wat slaperig, maar merkt toch snel onze vragende blik richting de strips op.

“Als kind heb ik de strips van Kiekeboe verslonden. Die Fanny (de knappe dochter van hoofdpersonage Marcel Kiekeboe, nvdr.) is nog steeds mijn type. Ik was maar wat blij dat die strips hier nog ergens in een kast lagen. Dan had ik toch iets te doen. Fietsen en auto rijden mag niet en ook televisie kijken moet ik zo veel mogelijk vermijden. Dan schiet er niet veel over. Ik heb ook veel gescrabbeld met mijn vader. Dat is ook goed om toch wat na te denken en het zijn geen bewegende beelden. Zodra er prikkels met overdreven licht of geluid op mij afkomen, wordt het te veel. Zet mij nu in een ruimte waar 20 mensen door elkaar praten en ik word zot. Zelfs als passagier in de auto heb ik het moeilijk. Ik moet dan na een tijdje gewoon naar de vloer staren omdat de voorbijflitsende omgevingen nog te zwaar zijn. Ook televisie kijken staat nog garant voor barstende hoofdpijn. Van de koersen heb ik dus amper iets gezien. Soms wat flarden van de Dauphiné. Eenvoudig was dat niet. De finish was ­altijd in de vroege namiddag en vaak lag ik nog te slapen. De eerste dagen dat ik thuis was, sliep ik dertien uur plus nog eens een middagdutje. Tegenwoordig is dat toch al twee uur minder.”

Het is inmiddels 35 dagen geleden dat er in hetzelfde huis in Oudenaarde grote paniek ontstond. In de slotfase van de eerste rit in de Vierdaagse van Duinkerke was Vandenbergh het grootste slachtoffer van een massale valpartij. Hij bleef roerloos liggen op het asfalt en werd aan een beademingstoestel afgevoerd naar de intensieve afdeling van het ziekenhuis van Valenciennes. Daar bleef hij vijf dagen om dan te worden overgeplaatst naar het ziekenhuis van Kortrijk.

© rr

“Ik zou er graag over willen vertellen, maar ik weet er niks meer van. De details moet je aan Randy vragen.” Randy Dedeurwaerder is de moeder van hun driejarig dochtertje Victoria: “In totaal werd Stijn tweeeneenhalve week in het ziekenhuis opgenomen. Hij heeft een zware hersenkneuzing opgelopen. Er was ook wat vocht en bloed in zijn hersenen, maar een hersenbloeding was er nooit. Ook blijvende hersenschade is er niet. Maar je moet hem er niets over vragen. Hij weet er toch amper iets van.”

Het schriftje

“Toen ik voor het eerst besefte dat ik in het ziekenhuis lag, vroeg ik aan de dokters hoe erg mijn auto eraan toe was. Blijkbaar dacht ik dat ik een auto-ongeval had gehad. Van in het ziekenhuis van Valenciennes weet ik niks meer. Van in Kortrijk is mijn minst vage herinnering dat er naast het ziekenhuis een terras lag, waar ik een paar keer met mijn rolstoel naartoe ben gegaan. Achteraf heb ik ook gehoord dat Randy aan mijn bed stond met tekeningen van Victoria voor haar papa. Randy vertelde mij dan wat erop stond. Maar vijf minuten later was ik het opnieuw vergeten en vroeg ik wie die tekeningen had gemaakt. Ze heeft elke dag alles twintig keer moeten herhalen. Mijn geheugen was een zeef. Of beter: is een zeef. Tot op vandaag vergeet ik negen op de tien keer wat ik de dag voordien heb gegeten.”

© PHOTOPRESS.BE

Hij staat recht, wandelt naar een kast en haalt een rood schriftje tevoorschijn. “Mijn ziekenhuisdagboek. Een idee van Randy. Elke dag schreef ik op wat ik gedaan had, wie er op bezoek was geweest, wat ik had gegeten... Tenminste als Randy er mij hielp aan herinneren dat ik een schriftje had en zei waarvoor het diende. Zelf weet ik niet meer dat ik in dat schriftje heb geschreven. Maar het is zeker mijn handschrift. Ach. Zo heb ik toch nog een herinnering aan die verloren twee weken.”

Nadat hij uit het ziekenhuis werd ontslagen, verbleef Stijn Vandenbergh ofwel bij Randy in Kortrijk of bij zijn ouders in Oudenaarde. Alleen thuis in Zottegem vertoeven, is nog geen optie. “Te gevaarlijk. Ook al heb ik een kookplaat met inductie die na een tijdje vanzelf uitgaat. Er zijn ook veel oudere herinneringen weg. Soms komt er iemand op bezoek en weet ik niet meer hoe ik die ooit heb leren kennen. Ook toen ik jouw berichtje kreeg om eens langs te komen, wist ik niet meer wie je was. Namen linken aan mensen, is nog heel moeilijk.”

Vier kilogram verdikt

Zijn dosis pijnstillers is inmiddels gehalveerd. Hij heeft wel nog een evenwichtsprobleem en wordt duizelig als hij te lang rechtstaat. “Ik heb ook nog last van mijn nek, een soort van whiplash. Maar voorts gaat alles goed. In het begin moet ik vieze schaafwonden hebben gehad op mijn gezicht, maar ik heb het nooit geweten. Vanaf volgende week hoop ik op de rollen te kunnen fietsen. Het wordt ook tijd, want ik ben vier kilo verdikt.”

© PHOTOPRESS.BE

Zowel Randy als zijn moeder vinden dat het na deze zware val genoeg is geweest met het opzoeken van de gevaren als coureur. Vandenbergh wil nog niet stoppen. “Ik ben nu 33 jaar. Ik weet dat ik geen tien jaar meer zal koersen. Maar ik heb er vertrouwen in dat ik nog even sterk kan terugkeren. Al zal ik misschien wel eens moeten babbelen met een psycholoog. Maar ik moet dankbaar zijn. Buiten twee ­ellebogen had ik nog nooit iets gebroken als renner. Nu was het ernstig, maar het kan erger. Kijk naar Demoitié. Kijk naar Broeckx. Dat is nog wat anders. Maar stoppen met koersen? Neen. Het is mijn passie, mijn leven. De mooiste job ter wereld. Ik heb vorige week voor het eerst de beelden van de val gezien. Het was een helikopterbeeld, dus je zag weinig details. Gelukkig maar. Ik heb mij daar zien liggen op de grond en heb nadien de opname meteen gewist. Dat mag niet het laatste beeld zijn van Stijn Vandenbergh als profrenner.”

“Tot 11 juli ben ik nog werkonbekwaam. Op 5 juli onderga ik een controlescan en heb ik een gesprek met de neurochirurg om te weten of ik de trainingen mag hervatten. Ik zal in totaal twee maanden out zijn geweest. Ik hoop na twee maanden trainen de achterstand te hebben ingehaald en zo in september nog wat te kunnen koersen. De Vuelta zal niet lukken, maar met enkele kleinere koersen ben ik al tevreden. Mijn voorjaar viel in het water door een longontsteking. Ik heb mijn nieuwe ploeg nog niks kunnen tonen. Ik wil mezelf en de ploeg bewijzen dat ik nog een goeie coureur ben. En ook al ben ik de verhaallijnen alweer vergeten, elke dag Kiekeboe lezen, dat begint te vervelen. Zelfs met Fanny.”

Nu in het nieuws