Leerkracht beroepsonderwijs klapt uit de biecht: “Wat we soms aantreffen bij de leerlingen thuis...”

“Les geven in het bso? Dan moet je serieus wat haar op je tanden hebben, mevrouw. Een hele pruik zelfs.” De leraars en leraressen bso winden er geen doekjes om. Het is niet simpel, lesgeven aan kwetsbare leerlingen met een laag zelfbeeld en een stoer pantser. “Soms dreigen ze te slaan. ‘Op je muil’, zoals ze dat dan zeggen. Maar dan antwoord je dat je ­terug zal slaan op hun muil. En ­eigenlijk, in de fond, zijn het ­lieverdjes. De meest ­oprechte leerlingen die je kan hebben.” Leerkrachten beroepsonderwijs klappen uit de biecht.

“Het meisje zat op de drempel van de voordeur. In de gietende regen. Ze was vijftien. Ze kwam van school maar kon niet binnen. Een halfuur zat ze daar. Doorweekt, haar rugzak boven haar hoofd. Ik was haar gevolgd tot aan haar huis. Ik wou weten wat er scheelde. In mijn klas was ze onhandelbaar. Sprong ze recht en begon ze te slaan als iemand ook maar een kleine opmerking gaf. Ik loerde het af. Eindelijk ging de deur open. Een man kwam tevoorschijn en verliet het huis. Een vrouw, haar moeder, zwaaide nog even naar de man. Ze droeg haar werkoutfit. Jarretelles, paarse kanten lingerie. Wat bleek? Het meisje moest bijna elke dag als ze van school kwam op de drempel wachten tot mama de prostituee klaar was met haar job. Weer of geen weer. Dan is het logisch dat die leerlinge onhandelbaar is. Dat ze de weg kwijt is. Je ziet soms leerlingen die van september tot juni met een T-shirt naar school komen. Of gasten die stinken, zichzelf niet wassen. Ooit hebben we stiekem dikke truien aan een leerling gegeven. Uit compassie.”

Gevlucht voor tirannieke moeder

“Bso-leerlingen zijn overlevers. Vaak kinderen die al veel hebben meegemaakt. Die zich misschien niet mondeling kunnen uitdrukken, die niet het meest sociaal vaardig zijn, maar die wel een karakter hebben gekweekt. Móeten kweken. Niet dat alle bso-leerlingen een slechte thuissituatie hebben. Sommige hebben prachtige ouders. Maar toch. Het is vaak een vicieuze cirkel. Soms hebben we hier nog les gegeven aan de ouders van leerlingen. Gasten die zelf school nooit belangrijk hebben gevonden, hoe kan je dan van je kinderen eisen dat ze het wel belangrijk vinden? Iets wat je niet kent of aangeleerd hebt, kan je niet doorgeven. Soms komen we bij de ouders thuis. Dan moet een kind daar stu­deren tussen de vuiligheid met een vader die stomdronken in de zetel ligt. Sommige ouders planten zich ook voort als konijnen. Ze hebben nog maar een nieuwe vriend en dan zijn ze weer in verwachting. Heel moeilijk om een ouder kind daar uit te trekken. Eerlijk? We geven vaak geen les, we voeden op. Waarden en normen. Hoe ze zich moeten redden in de maatschappij.”

Leerkracht beroepsonderwijs klapt uit de biecht: “Wat we soms aantreffen bij de leerlingen thuis...”

“Als ze afgestudeerd zijn, is het altijd je hart vasthouden. Je kan alleen maar hopen dat ze goed op hun pootjes belanden, zonder onze begeleiding.”

“Ooit stond een meisje alleen in haar badpak en een shortje aan mijn deur. Ze was gevlucht voor haar tirannieke moeder, die haar liet werken om haar eigen huwelijk met de zoveelste man te betalen. Ik heb de politie gebeld, de sociale dienst. Ze is niet meer teruggegaan naar haar moeder en kon zich wel onttrekken. Mits veel begeleiding. En luisterende oren. Ze is kapster geworden en stuurt me met Nieuwjaar nog altijd een kaartje. Dat is het mooie aan bso-leerlingen. Ze zijn veel oprechter en echter dan leerlingen uit het aso. Ik kan het weten, ik heb overal les gegeven. Als je streng, rechtvaardig en liefdevol met hen omgaat, geven ze je zoveel terug. Ze hebben het hart op de tong en dat hart is zo warm en kwetsbaar. Het zit soms verstopt achter een stoere gedaante, maar meestal tonen ze die niet aan jou als je hen laat voelen dat je met hen bent begaan.”

Grote mond, klein hartje

“Fysiek geweld? Ja, soms dreigen ze te slaan. Tegen elkaar of tegen ons. Gewoon omdat ze zich verbaal niet kunnen verdedigen. Dan moet je je echt stellen. Hen zelfs in hun eigen taaltje berispen. Hebben zij een felle bek? Dan moet je een felle bek terug hebben. Ik ga op uw muil slaan, zeggen ze dan. Sla maar op mijn muil, maar weet dat jij er dan misschien twee terugkrijgt en je direct bij de directeur zal belanden. Het komt nooit zover. Grote mond, klein hartje.”

“Sommigen zoeken echt nestwarmte. Een leerkracht met jarenlange ervaring kreeg zelfs altijd te horen dat ze een soort mama voor hen was. En nu een soort oma. Ik wil maar zeggen, je moét ze ook graag zien. Meer geven dan een andere leraar. Iemand die zo maar les komt geven, raakt er niet. Dat voelen ze onmiddellijk en ze gaan tegen je revolteren.”

“Je moet hen motiveren door gebruik te maken van hun leefwereld. Waarom moet ik dat allemaal leren, vragen ze. Om een euro per uur meer te verdienen als ik een diploma heb? Wat is een euro? Mijn antwoord: Later zal je een knappe vriendin hebben en die wil een schoon huis. En jij wil een schone auto. Dat vinden die gasten belangrijk. Uiterlijk vertoon. Wel, een euro per uur is tien euro per dag, is 50 euro per week en 200 euro per maand. Dat is zo’n 2.400 euro per jaar en na tien jaar heb je er 24.000. Daar kan je al een dikke bak mee kopen.”

“Dan snappen ze het wel. Ze zijn vaak van goeie wil, als je ze maar stimuleert. We gooien niet zo snel iemand buiten. Als we ze op straat zetten, zijn ze helemaal verloren. Trouwens, laat ons een kat een kat noemen. In februari wordt het aantal leerlingen geteld. Op basis van die telling krijgt een school lesuren toegewezen. Leraars, dus. Wel, ze gaan nooit iemand buitensmijten voor die eerste februari. Dan hebben ze minder leerlingen, dus minder leerkrachten volgend jaar. Maar dat is overal zo.”

"Meneer, ik ben dom"

“Dat zoge­zegde ‘dom zijn’ is de grootste boosdoener. Voor elke bso-leerling. Ongeacht of ze nu prachtige, stimulerende ouders hebben of niet. Het zelfvertrouwen na jaren gesukkel is laag. Want dan zaten ze daar in het lager onderwijs, konden ze niet mee en is het lage zelfbeeld een feit. Daarom zouden ze beter sneller gastjes in het bijzonder onderwijs plaatsen en hen op een aparte manier klaarstomen om dan alsnog in het beroepsonderwijs te belanden.

Maar hét belangrijkste: de overheid moet dringend het imago van het bso opwaarderen. Het is zo onterecht dat het beroep van elektricien, loodgieter of mecanicien laag wordt ingeschat. Een houtbewerker is over tien jaar belangrijker dan de zoveelste computerspecialist of socioloog. Meneer, ik ben dom, zeggen ze dan. Maar ze zijn zo slim met hun handen. Je moet er voortdurend op hameren dat ze geen uitschot zijn. Integendeel. Soms heb je zelfs leerlingen uit het aso die timmerman willen worden. Ouders kijken daarop neer, maar potverdikke, die leerlingen zullen later meer verdienen dan zij met hun universitaire diplomaatje.”

“Hen een compliment geven doet hen zo groeien. Ze positief stimuleren is dé sleutel. Ze negatief benaderen is het stomste wat je kan doen.”

“Je hebt soms ook gewoon het probleem dat kinderen van het aso of tso te snel naar een andere richting zakken tot ze in het bso eindigen. Maar eens blijven zitten kan wonderen doen. Zwijg ons van het M-decreet, waarbij leerlingen met beperkingen het recht hebben in het gewone onderwijs les te volgen. In het bso zit het vol M-decreters. Leerlingen die beter af zouden zijn in het bijzonder onderwijs omdat daar minder leerlingen zitten voor één leerkracht. Nu moet je het voor de ene vijf keer uitleggen, voor de ander twintig keer en nog een ander begrijpt het gewoon niet. Waardoor je het niveau naar beneden haalt. Er is te weinig zorg voor wie niet meekan, terwijl je dat wel had in het bijzonder onderwijs.”

Niet kwaad zijn, ik heb autisme

“Sommigen misbruiken dat ook. Je moet niet kwaad worden, ik heb ADHD en autisme. Daar sta je dan. In sommige scholen zijn de helft M-decreters. Van gasten die geen getuigschrift basisonderwijs hebben tot gasten die een niveau van het tweede tot het zesde leerjaar hebben. Probeer daar maar eens les aan te geven. Tuinbouw bijvoorbeeld. Ik moest ooit naar een kerel die flipte op stage. Omdat hij bij de ene grasmachine op een rood knopje moest drukken en bij de andere op een blauw. Hij heeft de machine dan maar kapotgestampt.”

“Je hebt natuurlijk leerlingen die er op hun plek zitten. Ze sukkelen met theorie, maar in praktijk zijn het echte vakmensen. Dat is dan genieten als die gasten zelfs nog verder studeren. Ik had er vorig jaar nog twee uit de tuinbouw die nu geslaagd zijn voor hun eerste kandidatuur tuinarchitectuur.”

“Er zitten trouwens veel allochtonen in het bso. Bij hen staat handenarbeid wel hoog aangeschreven. Ik pleit wel voor meer vrouwelijke lesgevers. Ook in metaal, hout, mechanica en elektriciteit. Omdat allochtonen soms neerkijken op een vrouw. Hun ouders geven tijdens het oudercontact zelfs geen hand aan de juf. Zij – en vooral hun kinderen – moeten inzien dat dit niet kan. Ik dwing hen dan mij een hand te geven. Het is ook een goeie zaak dat meer en meer allochtonen lesgeven in het bso. Want sommige leerlingen spreken op de speelplaats vaak nog hun eigen taal en schelden je dan uit voor hoer.”

“Ja, je moet haar op je tanden hebben als je lesgeeft in het bso. Een hele pruik zelfs. En ook een groot hart. Want als je van hen afscheid moet nemen, doet het zeer hoor. Het zijn de moeilijkste maar ook de schoonste leerlingen die een leraar kan hebben.”

Door Lotte Debrouwere
AANGERADEN
Meest recent