COLUMN. Al zes trainers ontslagen: Hein gaf vorige week aan waar het misloopt

© BELGA

Elke maandag maakt Sportwereld.be in een eigenzinnige terugblik de balans op van het voorbije voetbalweekend. Onze columnisten Wim Conings en Jef Van Hoofstat vertellen elkaar wat hen is bijgebleven, het staat u volkomen vrij het met hen (on)eens te zijn...

Wim Conings

Beste Jef,

Het is nu ook officieel: na het ontslag van Yannick Ferrera bij KV Mechelen is de Belgische Jupiler Pro League samen met Griekenland het grootste trainerskerkhof van Europa. Zes trainersontslagen al, en we zijn nog maar oktober. Ook Yannis Anastasiou en Albert Stuivenberg lijken niet te ontkomen aan de draaikolk.

Vanhaezebrouck legde dat vrijdag uit door te zeggen dat België “de moeilijkste competitie van Europa heeft”. Veel gelijkwaardige teams, iedereen kan van iedereen winnen en een 5-0 zie je maar zelden.

Wat hij wil zeggen, is eigenlijk: in België kan een goede trainer best ontslagen worden als hij net wat te veel pech heeft. Ze spelen allemaal Russische roulette.

En dat komt doordat de Belgische clubs in hun analyse maar heel zelden oog hebben voor de gelijkwaardigheid van die teams en doen alsof toeval helemaal geen rol speelt.

Yannick Ferrera, tot maandagochtend nog coach van KV Mechelen, is het jongste slachtoffer. Zijn cijfers zien er op het eerste zicht dramatisch uit: voorlaatste en maar één zege uit elf matchen. Maar tegelijkertijd speelde zijn team wel al tegen alle topteams, en verloor het maar twee matchen met meer dan één goal verschil. Het was dus telkens ook heel nipt.

De 4-1 nederlaag bij godbetert Eupen was dat (als enige) niet, en volgens het bestuur van Malinwa genoeg om te besluiten dat Ferrera “nog onvoldoende impact heeft op de groep om resultaten neer te zetten”.

Ik zit niet in de kleedkamer van KV Mechelen, maar kennelijk had Ferrera in de matchen ervoor dus wel nog genoeg impact om het van details te laten afhangen. Dan kan je je afvragen of je niet beter wacht met een ontslag tot je thuis tegen Lokeren en KV Kortrijk hebt mogen spelen, om zeker te zijn dat de situatie onomkeerbaar is en niet het resultaat van een ongelukkig matchverloop en scheve kalender.

Bij Racing Genk zit met Albert Stuivenberg iemand die zijn team ten allen tijde in de stijl van het huis met technisch en verzorgd voetbal probeert te laten spelen. Maar de resultaten zijn teleurstellend en de druk op zijn persoon nam toe na een 11 op 30.

Ironisch genoeg zit hij nu weer (even) wat steviger als trainer na een match waarin zijn team een helft lang helemaal niét deed wat de club eigenlijk wil zien. Het voetbal was een helft lang afzichtelijk, maar je gaat wel winnen bij Anderlecht. Dat de zege tot stand kwam doordat de kleine Joseph Aidoo een hoekschop toevallig op het hoofd kreeg en een bal van Henry Onyekuru twee keer de paal raakte, doet er dan plots niet toe. De do’s en don’ts van het Belgische clubvoetbal stellen dat je een trainer niet ontslaat na een zege op Anderlecht.

Hoe je het ook draait of keert, het komt allebei op hetzelfde neer. Clubs laten een ontslag, of toch op zijn minst de timing ervan, afhangen van de resultaten van een trainer over een niet eens zo lange termijn. In een competitie waar matchen vaak bepaald worden door details als die bal tegen de paal van Onyekuru, is dat op zijn zachtst gezegd vreemd te noemen.

Vervelend neveneffect: het zet de deur open voor sabotage. Een ongelukkige bankzitter die in de laatste minuut plots een opgelegde kans krijgt om het vel van zijn trainer te redden, kan erbij gebaat zijn het leer de tribunes in te trappen. Dan komt er immers een nieuwe coach, die hem misschien wel in de basis zet.

Groet,

Wim

Lees ook