In dit kleine Noorse dorpje is sterven bij wet verboden

© NYT

Wie terminaal ziek is in het kleine stadje Longyearbyen, gelegen op een Noors eiland, wordt naar het vasteland gevlogen om daar zijn of haar laatste dagen te beleven. Daar is een goede reden voor: sinds de jaren 50 is sterven verboden in het dorp. Uit recent onderzoek is gebleken dat de dodelijke Spaanse griep er nog steeds aanwezig is.

gjs

Op het eerste gezicht is Longyearbyen een heel normaal en gezellig dorpje met 2.000 inwoners. Het ligt op het eiland Svalbard en is gebouwd rond de koolmijnen. Aangenaam wonen is het evenwel niet in het meest noordelijk gelegen dorp ter wereld: het is er ijskoud. De gemiddelde temperatuur in februari is er -17 graden.

De grond in Longyearbyen is dan ook heel de tijd bevroren. Dat veroorzaakt al vele decennia problemen. Lichamen die er begraven worden, rotten niet door de extreme koude. Dat brengt ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee, want de ziektes waar de begraven mensen aan zijn gestorven, verdwijnen daarmee ook niet.

Zo is uit recent onderzoek gebleken dat de Spaanse griep, waaraan in 1918 5 procent van de wereldbevolking stierf, er nog steeds in de elf lichamen zit die er toen aan stierven. Daarom werd in 1950 beslist om sterven er illegaal te maken. Terminaal zieke inwoners van het dorp worden overgevlogen naar het vasteland om daar te sterven en begraven te worden.

Dat is trouwens niet het enige dat bijzonder is aan Lonyearbyen. Wie het dorp verlaat, moet een geweer bij zich hebben omdat het omgeven is door een gebied met 3.000 beren. Alcohol drinken is er toegelaten, maar met mate. De overheid legt de inwoners limieten op. Elke inwoner mag per maand maximaal 24 blikjes bier, twee flessen whisky en een halve fles wijn drinken. Katten zijn er wél verboden. Wat ook niet mag, is je schoenen aanhouden wanneer je eender welk gebouw betreedt.

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten