Arcade Fire brengt hulde aan Aretha en wervelt over Pukkelpop heen

Arcade Fire kreeg op Pukkelpop de ondankbare taak om na het magistrale The War on Drugs het hoofdpodium op te moeten, maar de Canadezen kweten er zich indrukwekkend van. Met odes aan Aretha Franklin, een hoop topsongs en een band die zijn gelijke amper kent.

Het overlijden van Aretha Franklin was er duidelijk hard ingehakt bij Win Butler, de frontman van Arcade Fire. Tot driemaal toe bracht hij hulde aan haar. Eerst door te zeggen dat zij “the greatest” is en al de rest maar “shadows”, even later door ‘I Say a Little Prayer’ te zingen en helemaal op het einde door het feestende publiek ‘Wake Up’ nog eens te laten hernemen voor de overleden zangeres.

Toch stapte de Canadees naar goede gewoonte – het laatste jaar was hij driemaal in ons land, we kennen hem intussen een beetje – met zijn beste humeur het podium op. ‘Everything Now’ was het kolkende begin van een feestje dat amper stilviel. Met dank aan Butler, maar ook de rest van de uitmuntende band. Allemaal toonden ze hun virtuositeit op meerdere instrumenten, zongen ze geregeld mee op de achtergrond en deden ze alles om het publiek te vermaken.

Indrukwekkend is het elke keer om vast te stellen hoeveel geweldige songs Arcade Fire heeft. De vurige combinatie ‘The Suburbs’-’Ready To Start’, het opzwepende ‘Rebellion (Lies)’, eeuwige afsluiter ‘Wake Up’ of Abba-kloon ‘Everything Now’, en ga zo maar door. Er is na vanavond niet de minste twijfel over dat Arcade Fire een geschikte headliner voor elk festival is. Wat een groep.

Door Guy Stevens
Meest recent