Mazelen aan forse opmars bezig in Europa: “Ook in Vlaanderen is het extra opletten”

Foto: ss

De mazelen zijn aan een forse opmars bezig in Europa, zozeer dat we ook in Vlaanderen extra moeten opletten. Dat zegt dr. Geert Top van het Agentschap Zorg & Gezondheid, bevoegd voor infectieziekten. De problemen in onder meer Frankrijk en Italië maken een besmetting op reis waarschijnlijker.

Nu al 41.000 besmettingen in Europa, het grootste aantal sinds 2010, ook al is het jaar nog maar halfweg. Drie sterfgevallen in Frankrijk in zes maanden tijd. Meer dan duizend infecties in Italië. En tegelijk: meer en meer mensen die openlijk twijfelen aan het nut van vaccinatie. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwde eerder deze week met recht en reden voor de opmars van de mazelen, ooit een bijna vergeten ziekte bij ons.

“Bijna vergeten maar zeker niet onschuldig”, zegt Geert Top, ­expert bij het Agentschap Zorg & Gezondheid. “Het virus is zeer besmettelijk én het kan dodelijk zijn.” De kans op over­lijden is één op de duizend. “Toch kan één geval ook fataal ­aflopen. Dat risico is er bij elke besmetting.”

Onder de rode vlekken

Mazelen is een virale ziekte. Wie besmet raakt, is ongeveer twee weken ziek. Symptomen zijn rode vlekken over het hele ­lichaam, hoge koorts en lusteloosheid. Het virus wordt overgedragen door hoesten of niezen, of via contact met besmette handen of deurklinken. De ziekte verloopt meestal zonder ernstige complicaties, maar een bijkomende infectie op de longen of zelfs een hersenvliesontsteking zijn mogelijk.

Voorlopig blijft Vlaanderen buiten schot, met dit jaar nog maar 31 besmettingen. Ook relatief gezien, ten opzichte van het aantal inwoners, is dat weinig. Bovendien is hier al jaren niemand meer gestorven aan de ziekte. Door de hoge vaccinatiegraad circuleert het virus niet langer op zichzelf in ons land. Maar dat maakt ons niet immuun voor ­geïmporteerde besmettingen en uitbraken in kwetsbare groepen, zoals kinderen jonger dan één jaar en mensen van tussen grofweg 25 en 40 jaar.

“De boodschap aan jonge ouders is duidelijk”, zegt Top. “Zorg dat het hele gezin correct gevac­cineerd is.” Bij kinderen gebeurt dat in principe eerst op twaalf maanden via Kind&Gezin en daarna op 10 of 11 jaar via het CLB. “Maar als je naar een probleemland reist, is het raadzaam de inentingen te vervroegen. Een eerste prik kan vanaf zes maanden, en de tweede dosis – nodig voor optimale bescherming – kan ook vóór het vijfde leerjaar.”

Door Jonas Mayeur
  • VOOR ABONNEES