Sauna vooraf, ijsbad achteraf: zo wapent het Vuelta-peloton zich tegen de moordende hitte

Gisteren bij de finish was het nog 34 graden. Dinsdag reed het peloton bijna vijf uur in een hitte van gemiddeld 38 graden. De fietscomputer van Tiesj Benoot piekte zelfs al eens naar 42 graden. Om maar te zeggen: het is bloedheet in de Vuelta, na vijf dagen zucht en kreunt bijna iedereen. Maar hoe wapent een renner zich tegen zo’n moordende warmte?

Hugo Coorevits in Spanje

Wat kan je doen vooraf? Het is natuurlijk niet de eerste keer dat een drukkende warmte als deze de Vuelta overvalt. Altijd als de Ronde van Spanje in het diepe zuiden start, is het van dat. “Ik had het al warm in Rio tijdens de Olympische Spelen, maar dit is nog heviger”, zegt Vuelta-debutant Laurens De Plus. “Ik had van Dan Martin wat horrorverhalen gehoord. Hij zei me dat, indien er geen airco was in het hotel, je beter sliep met natte handdoeken rond je lijf. Maar dat is erover. We hebben altijd airco in de kamer, maar die probeer je voor je luchtwegen niet al te veel te gebruiken. Om te wennen aan de warmte ging ik tijdens de hoogtestage in Livigno elke dag naar de sauna en daarna twee keer wekelijks in Ninove. Vijf weken geleden ben ik ermee begonnen.”

© BELGA

Een andere optie is wat Jelle Wallays deed door een week vroeger naar Andalusië af te zakken om te wennen aan de hoge temperaturen. Lotto-Soudal weet natuurlijk welk vlees het in de kuip heeft. “De renners legden allemaal al eerder zweettesten af”, zegt ploegdokter Maarten Meirhaeghe. “Je weet hoeveel vocht ze gaan verliezen. Maar het blijft een menselijk lichaam. Het is bijsturen qua vocht en zout om alles in balans te houden. Maar tegelijk moet je erover waken dat je de maag niet overbelast.”

Wat met eten en drinken? Zeker de drinkgewoonten moeten anders, want anders dreigt er uitdroging. “Sommige renners verliezen twee liter zweet per uur”, zegt ploegdokter Meirhaeghe. “Dan moeten ze al bijna vier bidons per uur drinken, wat niet evident is. Ik weeg ze voor en na de wedstrijd om te weten hoeveel vocht ze verloren hebben. We proberen dat zo snel mogelijk na de wedstrijden aan te vullen met een zoutoplossing.”

De norm in zo’n brandende zon is vier bidons per uur. “Of het toch proberen, want je moet het ook kunnen”, zegt Laurens De Plus. “Het is telkens een balans zoeken om je maag niet in de problemen te brengen. Ik probeer veel isotonische gels te nemen met extra elektrolyten in, tijdens de koers en nadien. En ik eet tijdens de wedstrijden zelf twee energierepen per uur. Mijn eetgewoontes verander ik niet. Tenzij dan die zoutoplossing ’s avonds.”

Het komt er ook op aan voldoende zout bij te tanken. Neem Tiesj Benoot, die gisteren zei dat hij niet enkel heel veel zweet, maar ook nog superveel zout verliest. “Twee gram natrium per liter zweet. Dat is echt veel. In zout omgezet is dat 4,5 gram dat je moet opnemen. Voor zo’n extreem weer moet je je in de eerste plaats goed voorbereiden en de juiste genen hebben.”

Zo dacht ook Floris De Tier erover: “Je kunt ertegen of je kunt er niet tegen. Zelf heb ik er geen last van.” Al vond De Plus dat het vooral dinsdag op die klim moordend was. “Het was zo warm dat niemand zijn maximale power kon aanwenden. Niet normaal.”

Hoe houd je het hoofd koel? Dat begint eigenlijk al van bij de start. Pas op het allerlaatste moment gaat de grote massa het controleblad voor de Vuelta tekenen. “We proberen ze zo lang mogelijk fris te houden op de bus”, aldus teamarts Maarten Meirhaeghe. “We brengen dan ijs in de nek aan. We hebben speciale bandjes mee voor onderweg, die we in ijswater drenken en waar we ‘koelgel’ op aanbrengen. Sommigen stoppen ijs in de sok aan de zijkant van het been, waar de slagader ligt.”

Maar met die tip moet je niet afkomen bij De Plus. “De polsen en koeling in de nek: oké. Maar ik hoef onderweg geen natte voeten te hebben en heb ook niet graag dat mijn broek nat wordt door al dat ijsgekoeld water dat je over je hoofd kapt. Dat geeft dan weer andere problemen. Sagan spuit gewoon water over zijn hoofd en recht in zijn gezicht. That’s it.”

De Quick Step-renners duiken na de koers in het hotel meteen in een speciaal bad, dat tien à veertien graden warm is. “Een achttal minuten, net voor de massage. Het is de eerste keer dat ik dit doe”, zegt De Plus. “Het doet deugd, vooral als je zoveel afgezien hebt van de warmte.”

“Dat we maar snel naar het noorden trekken”, besluit Benoot. “Daar zal het vanzelf wat koeler zijn.” Helaas blijven de temperaturen boven de dertig graden aanhouden. Al lijkt het de volgende dagen wel iets minder heftig te worden dan in het hete Andalusië.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten