Clash der kameraden: boezemvrienden Nadal en Del Potro zetten vriendschap even opzij voor heroïsche halve finale

Foto: rr

Het is zo’n beetje een strijd zoals tussen de Williams­zussen, maar dan tussen de Spaanstalige kolossen bij de mannen: Rafael Nadal, nummer 1 van de wereld, en Juan Martin del Potro, nummer 3 van de wereld, maken uit wie er naar de finale van de US Open gaat. Alweer zijn ze (even) vijanden. Op het veld dan toch.

De kwartfinales van Wimbledon 2018. Nadal stapt over het net, gaat naar de imposante man die neerligt aan de andere kant van het veld, moegestreden, uitgeteld. Hij helpt hem overeind, en ze geven elkaar een dikke knuffel. Arm in arm stappen ze naar de ref. En pas dan gaat Nadal uit de bol na zijn zege. Nu heeft Nadal er wel een handje van weg om zijn tegenstander te fêteren, zelfs al hij die eerst met de grond gelijkgemaakt heeft, maar met de Argentijn Juan Martin del Potro hangt er altijd nog meer chemie in de lucht. Het zijn generatie­genoten, ze klommen zo ongeveer samen naar de top en ze spreken allebei Spaans. Beiden kenden ook veel blessureleed. Dat ze allebei een slopende, energievretende spelstijl hebben die zeer veel van hun lichaam vergt en ze niet op een zweetdruppel meer of minder kijken, heeft daar vast mee te maken. En Nadal en Del Potro tennissen dit seizoen allebei eindelijk weer blessurevrij en staan hoger dan ooit: Nadal weer op nummer 1 en Del Potro op nummer 3.

Kraker der krakers, deel 17

Het is deel 17 in de Latijnse kraker der krakers, een clash Nadal-Del ­Potro staat vrijwel altijd garant voor spektakel. Nadal leidt ruim (11-5) in de onderlinge ontmoetingen en Del Potro kon hem niet meer kloppen sinds 2016. Maar Del Po weet on­getwijfeld ook dat hij in 2009 Roger Federer én zijn Spaanse buddy klopte en zo de US Open won.

Gisteren voerden beiden al een strijd, die tegen de recuperatie. Nadal was bijna vijf uur in de weer met Dominic Thiem. Nadal: “Ik heb veel lange, moeilijke wedstrijden gespeeld in mijn carrière, dit was er een van.”

Ook Del Potro had ruim drie en een half uur nodig om in de bakoven van New York thuisspeler John Isner af te houden. Hij kon er nog om lachen: “Toen we tussen set 3 en 4 een break kregen van 10 minuten, nam ik een douche, lag op de tafel en dacht: ik wil niet meer terug.”

Voor zijn halve finale tegen Nadal hoeft de Argentijn zich alvast niet op te laden en de vriendschap zal even moeten wijken voor de sportieve belangen: “Het is eventjes moeilijk als je speelt tegen iemand zoals Rafael, maar je weet dat na de match weer ­alles bij het oude is en we weer vrienden zijn. Ik verwacht een heroïsche strijd. In Wimbledon dit jaar was ik er zó dicht bij, nu wil ik de nummer 1 van de wereld kloppen.”

Door Hans Jacobs
  • Meest recent