Na astronomische afzwaaipremies

Iedereen wil iets doen aan royale uittredingspremies ... maar wanneer gaat er iets gebeuren?

1 / 2

De meeste partijen kunnen best leven met een lagere uittredings­vergoeding voor parlementsleden. N-VA wil dat die niet hoger liggen dan in andere Europese landen, en dus moet het bedrag omlaag. En ook CD&V en Open VLD staan open voor wijzigingen. Begin december zitten alle parlementen samen om de zaak te bekijken.

Farid el mabrouk

Astronomische bedragen zijn het, de uittredingsvergoedingen van politici die er na de verkiezingen van volgend jaar niet meer bij zijn. Jo Vandeurzen (CD&V) heeft recht op 428.000 euro bruto, Eric Van Rompuy (CD&V) op 477.000 euro, en Pieter De Crem (CD&V) 390.000 euro. De bedragen worden wel niet in één keer uit­gekeerd, maar in maandelijkse schijven van een kleine 10.000 euro.

Enkele jaren geleden werden de vergoedingen voor iedereen die sinds 2014 verkozen is al gehalveerd. Nu willen ze die regeling nog wat scherper stellen. Zo liet Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) al weten dat hij alle fractieleiders in zijn bureau roept om het thema aan te kaarten. Ook zijn partij­genoot en collega-voorzitter in de Kamer, Siegfried Bracke, is ­ermee bezig. Hij zet het op de agenda van het maandelijkse overleg met alle parlementsvoorzitters, begin ­december. “Het heeft geen zin om daar alleen over te vergaderen, want politici hebben vaak in meerdere ­assemblees gezeten.”

De regels zijn ook anders voor de Kamer en het Vlaams Parlement. In de Kamer bedraagt de vergoeding minstens vier maanden, en komen daar per begonnen jaar telkens nog twee maanden bij. In het Vlaams Parlement begint de teller op vijf maanden, en levert elk begonnen jaar maar één maand extra op. Voor de twee parlementen ligt het plafond wel op maximaal 24 maanden. In de oude regeling – waar de drie CD&V’ers nog in zitten – was dat nog 48 maanden of vier jaar.

Gewone uitkering

De oppositiepartijen SP.A, Groen en PVDA willen komaf maken met de vergoedingen en die vervangen door een sociaal statuut dat ook gewone werknemers hebben. Het zou betekenen dat parlementsleden die niet meer verkozen zijn nadien gewoon een werkloosheidsuitkering krijgen.

De meerderheids­partijen zien dat echter niet zitten. Wel willen zij snijden in het huidige systeem. Meest concreet is Kamerfractieleider Peter De Roover. Zijn partij wil ­onderzoeken hoe het in de andere Europese landen zit. “En laten we de lat dan ergens in het midden leggen”, stelt hij.

Ook CD&V kant zich niet tegen lagere vergoedingen. “Défi heeft al een voorstel ingediend om de bedragen af te toppen. Wij hebben daar geen bezwaar tegen”, stelt CD&V- Kamerfractieleider Servais Verher­straeten.

De liberalen spreken zich inhoudelijk niet echt uit over de zaak, maar laten wel weten open te staan voor het debat.

Lukt dat nog voor 26 mei?

Vraag is of een aanpassing nog realistisch is vóór de verkiezingen van 26 mei. Als de parlementen onderling moeten overleggen, nadien alles moet worden uitgewerkt in ­reglementen die vervolgens nog moeten worden gestemd, zal het erg snel moeten gaan.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten