Wetenschappers zoeken naar objectieve manier om pijn te meten

Bron © AP

Themabeeld. Foto: ss

Hartslag, bloeddruk, temperatuur, lichaamscans. Dokters kunnen nagenoeg alles meten. Pijn is daarop een belangrijke uitzondering. Er bestaat niet zoiets als een pijnstethoscoop waarmee artsen objectief kunnen vaststellen hoeveel last patiënten van een kwaal of aandoening hebben. Amerikaanse wetenschappers willen daar verandering in brengen.

Is het een brandende pijn of steekt het eerder? Hoeveel pijn doet het op een schaal van 1 tot 10? Met dergelijke vragen proberen dokters erachter te komen hoeveel last patiënten hebben. Een objectieve manier om pijn te meten bestaat immers niet.

Dat is problematisch om verschillende redenen. Zo moeten artsen en verplegers bijvoorbeeld gokken hoeveel pijn een baby heeft door het gekrijs of de hevigheid waarmee het kindje beweegt. Daarnaast is wat de één als heftige pijn omschrijft, voor een ander veel dragelijker. Dat maakt het lastig om heel duidelijk vast te stellen wat voor medicijn iemand nodig heeft en in welke dosering. Of welke behandeling noodzakelijk is.

“Vingerafdruk van pijn”

De National Institutes of Health (NIH), een instelling van de Amerikaanse overheid waarin verschillende geneeskundige instituten zijn opgenomen, pleit daarom voor de ontwikkeling van een objectieve “pijnmeter”. In het hele land zijn wetenschappers begonnen met onderzoek naar hersenactiviteit, de reactie van de pupillen en andere indicatoren voor pijn.

“Er zal niet één enkele ‘handtekening’ van pijn zijn”, stelt David Thomas van de NIH tegen persbureau AP. “Ik vermoed dat we ooit al die verschillende data naast elkaar leggen om tot zoiets als een vingerafdruk van pijn te komen.” Thomas benadrukt bovendien dat de input van de patiënt belangrijk blijft. “We maken geen leugendetector voor pijn.”

“Als we pijn niet kunnen meten, kunnen we het niet oplossen”, voegt dokter Julia Finkel eraan toe.

Door rrln
VOOR ABONNEES