Hevige woordenwisseling op proces over aanslag Joods Museum: “Excuses? Daarop kunt u wachten tot aan ons pensioen”

Bron © BELGA

Sébastien Courtoy overlegt met zijn cliënt Mehdi Nemmouche Foto: BELGA

Dominique Sabrier, een van de slachtoffers van de aanslag op het Joods Museum, heeft geprobeerd om op de alarmknop te duwen op het moment dat ze werd doodgeschoten. Dat heeft het openbaar ministerie verklaard na de getuigenis van een veiligheidsverantwoordelijke van het Joods Museum. De getuigenis leidde tot een hevige discussie tussen meester Sébastien Courtoy, advocaat van hoofdbeschuldigde Mehdi Nemmouche, en advocaat-generaal Yves Moreau.

De getuige, een wetenschappelijk raadgever van het Joods Museum, was op het moment van de aanslag in 2014 verantwoordelijk voor de beveiliging. Hij was degene die de beelden van de veiligheidscamera’s op vraag van de politie kon opvragen. Dat gebeurde ook op de dag van de aanslag. Toen kwam de politie ter plaatse om de gegevens van de vijf camera’s in het museum op te vragen, die enkel aanspringen als er beweging is, aldus de getuige.

Hij verklaarde ook dat er een alarmsysteem was in het museum: een anti-inbraakbeveiliging, die geactiveerd wordt als het museum gesloten is, en twee knoppen in de buurt van de inkom. Een van die knoppen kan verplaatst worden, en bevond zich op het moment van de aanslag waarschijnlijk op de balie aan de inkom. Volgens de procureur is dat het bewijs dat Sabrier de knop wilde activeren toen ze werd neergeschoten.

De getuigenis eindigde met een hevige woordenwisseling tussen openbaar aanklager Yves Moreau en advocaat van Mehdi Nemmouche, Sébastien Courtoy. Die laatste gebruikte dinsdag systematisch de term “accusateur public”, die volgens de voorzitter dateert uit de tijd van Franse revolutie. “Ik kan me hem ook wel voorstellen met een guillotine onder de arm”, reageerde Courtoy. Moreau eiste daarop verontschuldigingen. “Daarop kunt u wachten tot aan ons pensioen”, zei Courtoy.

“Kroongetuige verdraait de waarheid”

Eerder op de dag was het ook al tot een aanvaring gekomen tussen Courtoy en het Openbaar Ministerie, toen de advocaat van Nemmouche de kroongetuige van het OM ervan beschuldigde de waarheid te verdraaien om de juiste versie van de feiten te laten kloppen.

De vrouw verklaarde dinsdag dat ze de dag van de aanslag rond 16 uur voor een school in de buurt van het Joods Museum een sigaret aan het roken was, toen een man met donkere kledij en twee tassen voor haar bleef staan, haar aankeek en binnen keek in de school. Heel de episode zou maar enkele seconden hebben geduurd.

Toen ze ‘s avonds op het nieuws beelden zag van de aanslag, verwittigde ze haar zoon. Die nam contact op met de politie, waarna de vrouw werd uitgenodigd voor een verhoor, op 2 juni 2014. Op de vraag of ze een van de beschuldigden kent of herkent, wees de vrouw dinsdag naar Nemmouche als de man die die dag passeerde. “Hij lijkt er alleszins op. Hij had wel geen baard.”

Verschillen in verklaringen

Het OM en de verdediging wezen er op dat de verklaringen van de vrouw dinsdag verschillen van die tijdens haar verhoor. Dat komt volgens de verdediging van Nemmouche omdat de vrouw enkel werd uitgenodigd om de hypothese van het OM te bevestigen dat haar cliënt de dader is van de aanslag.

“In het verhoor en in een interview met de pers spreekt mevrouw van 16.15 uur. Dat is lastig voor het parket, omdat ze Nemmouche zo een alibi geeft”, zegt meester Courtoy. Hij verwijst zo naar het feit dat de computer van Nemmouche om 16.14 uur zou zijn aangezet, en dat het voor het OM dus beter uitkomt om de passage voor de school rond 16.00 te laten plaatsvinden. Ook wijst hij erop dat vrouw in eerste instantie zei dat de man een vijftal minuten in de school is gebleven, terwijl ze dinsdag verklaarde dat hij de school niet binnen was gegaan, en er zeker geen vijf minuten is gebleven.

In het kranteninterview zei de vrouw ook dat de “terrorist” ontmoedigd raakte toen hij de lijfwachten van de koning zag, een stelling die ze dinsdag ontkende. “Die bewakers stonden daar, en hebben verklaard dat ze niets hebben gezien”, benadrukt Courtoy. “En als Nemmouche een aanslag zou hebben voorbereid, wat deed hij dan in die school? Met dit verhaal wil men ons bang maken, en de indruk wekken dat hij kindjes wilde afmaken.”

Huurbaas: “Mehdi was vriendelijke jongeman die werk zocht”

“Mehdi was een vriendelijke jongeman die werk zocht in Brussel. Hij was altijd zeer beleefd: het was een vriendelijke, correcte, aangename jongeman, niets op aan te merken”, zo zei de Brusselse huurbaas die zijn appartement verhuurde aan Nemmouche ten tijde van de aanslag. Op de vraag van voorzitter Laurence Massart of Nemmouche geradicaliseerd leek, was het antwoord formeel: “Helemaal niet.” Nemmouche huurde een kamer van 31 maart tot eind mei 2014 bij de man.

De vrouw van de huurbaas, die een tandartsenpraktijk heeft op het gelijkvloers van het gebouw, beaamt die woorden. “Ik zie altijd wie er binnenkomt in het gebouw en hij zei altijd goeiendag, heel vriendelijk. De schok was dan ook groot toen we vernamen dat hij opgepakt was in het kader van de aanslag”. De vrouw herinnert zich wel dat Nemmouche “gehaast leek” toen hij op de dag van de feiten, zaterdag 24 mei, rond 16 uur het gebouw binnenkwam. Dat was even na de feiten in het museum.

Eind april meldde Nemmouche aan zijn huurbaas dat hij terug moest naar Frankrijk omdat zijn vader ziek zou zijn. “Hij betaalde wel al voor de maand mei, dus hij was van plan om terug te keren.” Over het moment waarop Nemmouche aan de huurbaas vroeg om voor hem een bus te reserveren richting Frankrijk, “omdat hij geen werk gevonden had en wilde terugkeren”, bestaat onduidelijkheid. Volgens de huurbaas stelde Nemmouche de vraag op vrijdag, de dag voor de aanslag. Volgens de echtgenote was dat zaterdag 24 mei, enkele uren na de aanslag en op hetzelfde moment dat Nemmouche de wificode gevraagd had.

Na de getuigenis van het echtpaar ontspon zich een discussie tussen de verdediging en het openbaar ministerie over die wificode. De verdediging, bij monde van Sébastien Courtoy, zal later in de pleidooien proberen te bewijzen dat niet Nemmouche maar iemand anders de computer gebruikt heeft die aan zijn cliënt zou toebehoren. Openbaar aanklager Yves Moreau stelde -cynisch- dat er dan “een spook rondwaarde in het appartement dat de laptop gebruikt heeft”.

Door jvh
VOOR ABONNEES