OM op proces rond aanslag Joods Museum: “Mehdi Nemmouche is dader, Bendrer is medeplichtig”

Bron © BELGA

Foto: BELGA

Brussel -

Volgens het openbaar ministerie moet Mehdi Nemmouche beschouwd worden als de dader van een viervoudige moord met terroristisch karakter, maar is Nacer Bendrer een medeplichtige en geen mededader. Dat heeft advocaat-generaal Yves Moreau maandagmiddag gezegd aan de jury van het assisenproces over de aanslag op het Joods Museum van België.

De magistraat van het openbaar ministerie deed ten behoeve van de jury uit de doeken wie in het Belgisch strafrecht beschouwd wordt als dader, mededader of medeplichtige aan een misdrijf.

“Iedereen die rechtstreeks deelneemt aan een misdrijf, wordt beschouwd als dader”, zei de advocaat-generaal. “Niet alleen wie de fatale daad heeft gesteld, ook wie rechtstreeks heeft meegewerkt aan het misdrijf, ook wie een noodzakelijke hulp heeft geleverd, zonder dewelke het misdrijf niet gepleegd had kunnen worden, en ook wie iemand heeft aangezet tot het plegen van een misdrijf.”

Van die laatste categorie, aanzetten tot het plegen van een misdrijf, is volgens de openbaar aanklager geen sprake in dit dossier.

Eén schutter

“Wel hebben we hier één iemand die de fatale daden gesteld heeft, één schutter. Voor ons is het duidelijk dat Mehdi Nemmouche die dader is. Daarnaast kunnen er mededaders zijn, of medeplichtigen. Dat zijn mensen die geen onontbeerlijke hulp hebben geleverd. Zonder hun hulp zou het misdrijf ook gepleegd zijn, maar op een andere manier.”

Mensen die bijvoorbeeld wapens leveren, worden meestal beschouwd als medeplichtigen, aldus advocaat-generaal Moreau. “Ze kunnen ook beschouwd worden als mededader, maar in dit geval beschouwen wij Nacer Bendrer, die volgens ons de wapens heeft geleverd, als een medeplichtige.”

Vraag daarbij is of Bendrer wist of moest weten wat Nemmouche van plan was.

“Maar wie er bewust voor kiest om niet te vragen naar de bedoelingen van de dader, kiest ervoor deel te nemen aan alle misdrijven die de dader plant”, klonk het nog.

Terroristisch karakter van de feiten is bewezen

De aanslag op het Joods Museum is wel degelijk een terroristisch misdrijf, stelde Moreau verder. Door hun aard en context konden de feiten ernstige schade toebrengen aan ons land, en ze werden opzettelijk gepleegd met de bedoeling om de bevolking te intimideren.

Moreau wees erop dat de Mehdi Nemmouche en Nacer Bendrer worden beschuldigd van deelname aan vier moorden met een terroristisch karakter.

De advocaat-generaal legde daarop uit dat er voor een moord sprake moet zijn van voorbedachten rade. “Het is duidelijk dat Mehdi Nemmouche enkele weken of maanden op voorhand beslist had om de feiten te plegen”, aldus Moreau, die ook benadrukte dat een dader de slachtoffers niet moet kennen om te kunnen spreken van voorbedachten rade.

“Om de stempel van het terroristisch karakter te kunnen geven, spelen twee extra elementen. Zo moet er gekeken worden naar de aard van een misdrijf en naar wat er zich in het hoofd van de dader afspeelde”, zegt Moreau.

Eerst en vooral moet gekeken worden of het misdrijf ernstige schade kan toebrengen aan een land of een internationale organisatie. “Wat ernstige schade juist betekent, moet de jury geval per geval analyseren. Daarvoor is een pluridisciplinaire analyse nodig, en moet onder meer gekeken worden naar de symboliek achter de aanval, de mate van geweld en of er een religieus of ideologisch motief is”, zegt Moreau. Volgens hem toont zo’n analyse wel degelijk aan dat de aanslag op het Joods Museum ernstige schade kon toebrengen aan ons land.

Daarnaast is er de intentie van de dader, en daarvoor kijkt het OM vooral naar de vraag of die de bevolking heeft willen intimideren met zijn daad. “Dat kan gaan over de hele bevolking of over een gedeelte daarvan, bijvoorbeeld een religieuze gemeenschap”, aldus Moreau.