De ultieme coup de théâtre van Mehdi Nemmouche op proces over aanslag op Joods Museum: “Het leven gaat verder”

Bron © BELGA

Mehdi Nemmouche Foto: rr

Hij leek helemaal niet van zijn melk door het vooruitzicht van een levenslange gevangenisstraf, Mehdi Nemmouche. Integendeel. Alvorens de jury zich terugtrok om over zijn straf te beraadslagen, zorgde hij nog voor een ultiem “coup de théâtre” met de choquerende uitspraak: “Het leven gaat verder.”

Het werd een vreemde zitting, die laatste rechte lijn in het proces van de terroristische moord in het Joods Museum bijna vijf jaar geleden. Niet zozeer door het feit dat het federaal parket logisch verder ging op de schuldigverklaring door de jury van zowel Mehdi Nemmouche als Nacer Bendrer van terroristische moord op de vier slachtoffers. Nemmouche als hoofddader, Bendrer als mededader, dus werd voor Nemmouche de maximumstraf geëist - levenslang, met daarbovenop 15 jaar ter beschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank - en voor Bendrer 30 jaar.

Bendrer distantieert zich van Nemmouche: “Hij is een monster, een geboren hoerenjong”

Ook het pleidooi van de advocaten van Bendrer klonk in de lijn der verwachtingen. Bendrer heeft gedurende gans het proces staande gehouden dat hij Nemmouche weliswaar wapens geleverd heeft, maar hij voegde er ook stelselmatig aan toe dat hij nooit op de hoogte is geweest waarvoor die wapens moesten dienen. Bendrer smeekte de jury dus om begrip. Maar hij wou zich vooral – en voor de eerste keer - volop distantiëren van Nemmouche, zijn buurman in de bank van beklaagden de voorbije 10 weken. “Ik ben beschaamd dat ik hier zit”, begon Bendrer zijn laatste betoog. “Niet alleen omdat ik de naam van mijn familie te schande heb gemaakt. Ik ben vooral beschaamd omdat ik deze kerel (knikkend naar Nemmouche, red.) ooit ontmoet heb en naar hem geluisterd heb. Hij is een monster, een geboren hoerenjong. Ik smeek u om menselijk voor mij te zijn. Ik heb een gezin, ik hou van het leven. De straf die vanochtend gevraagd werd, kan ik gewoon niet aan.”

Courtoy pleit niet over strafmaat: “Bewaar uw tranen en uw medelijden bewaren voor de slachtoffers”

Het verschil met de houding binnen het kamp Nemmouche kon niet groter. “In samenspraak met mijn cliënt, hebben wij besloten om niet over de straf te pleiten”, stak meester Sébastien Courtoy van wal. “Wij willen de vermoorde jeugdjaren van meneer Nemmouche niet weer opgraven om medelijden te wekken. Mochten wij dat doen, u zou hem zonder meer verzachtende omstandigheden toekennen. Maar wij vragen u uw tranen en uw medelijden te bewaren voor de slachtoffers van het Joods Museum. Weet evenwel dat een veroordeling tot levenslang in een terroristische context betekent dat de beschuldigde zijn straf daadwerkelijk tot de laatste dag uitzit. Indien u beslist om meneer Nemmouche levenslang te geven, dan veroordeelt u hem in feit tot een langzame doodstraf. Gun hem een laatste kans. Geef hem 35 jaar. Met die 15 jaar terbeschikkingstelling van de SURB erbij komt hij pas op zijn 75ste weer buiten. Maar dan heeft hij iets om naar uit te kijken.”

Of de jury oren zal hebben naar de ultieme smeekbede van de advocaat van Nemmouche, is echter zeer de vraag. Want, als laatste op dit monsterproces, stond Mehdi Nemmouche, fris geschoren nadat hij zijn baard de voorbije weken had laten groeien, in een ijzige stilte op. Hij greep de microfoon met beide handen. En sloeg iedereen met verstomming met zijn laatste zin: “Het leven gaat verder.”

Voorzitster Laurence Massart sloot daarop de debatten af. En, als om aan te geven dat de beraadslaging over de straf weleens een tijdje in beslag zou kunnen nemen, werden zowel Nemmouche als Bendrer in afwachting niet in de cel van het assisenhof, maar naar een commissariaat of gevangenis overgebracht.

Door Yves Barbieux
Laad meer berichten...