NASA beschuldigt India van ruimtevandalisme: “Levens van astronauten staan op het spel”

Een raketlancering in India afgelopen maandag. Foto: AP

India is door de NASA op de vingers getikt omdat het een paar dagen geleden met een raket een satelliet uit de ruimte heeft geschoten. De Indiërs vonden dat een prachtig staaltje van technisch vernuft. NASA noemt het “een vreselijke zaak” en vreest dat de brokstukken weleens het internationale ruimtestation ISS zouden kunnen beschadigen en zo het leven van de astronauten aan boord zouden bedreigen.

De NASA heeft becijferd dat de opgeblazen satelliet, die op een hoogte van nauwelijks 300 km boven het aardoppervlak zweefde, gereduceerd werd in vierhonderd stukken afval die nu in een baan rond de aarde slingeren. Volgens het hoofd van de NASA, Jim Bridenstine, is dat een schande. “Die stukken satelliet zijn te klein om actief te volgen en tegelijk te groot – ongeveer tien centimeter – om geen schade te berokken aan alles wat op hun weg ligt.” Het afval zoeft met een snelheid van minstens 7,8 kilometer per seconde door de ruimte.

Op dit moment heeft de NASA nog maar zestig stukjes kunnen lokaliseren, zegt Bridenstine. Maar wat hem het kwaadst maakt, is dat de Indiërs heel onzorgvuldig geweest zijn met hun stunt. “24 brokstukken zijn tot in een baan geslingerd die zelfs hoger ligt dan het ISS. Dat is onvergeeflijk.”

23.000 stukken

Het Amerikaanse leger volgt alle objecten die rond de aarde zweven om het risico op botsingen te kunnen inschatten en voorkomen. Momenteel staan er op die manier 23.000 stukken op hun radar, waaronder tienduizend brokstukken. Drieduizend daarvan zijn afkomstig van een Chinese antisatelliettest in 2007. “Als daar nog eens die vierhonderd – heel moeilijk te traceren – brokstukken van de Indiase satelliet worden bijgeteld, dan is het heel link geworden om nog aan boord te gaan van het ISS. Het risico op een incident is met 44 procent gestegen”, vreest de NASA-topman.

Opbranden in atmosfeer

Het Indische ministerie van Buitenlandse Zaken houdt vol dat ze wel degelijk heel voorzichtig zijn geweest. “We hebben die satelliet op een heel geringe hoogte uit de ruimte geschoten, precies omdat we niet wilden dat de brokstukken een gevaar zouden vormen voor de andere ruimtetuigen. Volgens onze berekeningen zal het gros van de brokstukken uiteindelijk na een paar weken in de atmosfeer terechtkomen en daar opbranden.”

Volgens de Europese ruimtevaartorganisatie ESA cirkelen er ongeveer 900.000 stukjes afval in een baan rond de aarde. 34.000 daarvan zijn groter dan tien centimeter en kunnen een catastrofe veroorzaken als ze een satelliet of een ander object, zoals het ruimtestation ISS, raken. Maar het merendeel van dat afval cirkelt op een hoogte waar de kans op zo’n botsing uiterst miniem is.

Door Frank Poosen