Red Lions na gokaffaire-die-er-geen-was: “Hoge bomen vangen veel wind, zeker?”

  • Eind vorig jaar deden de Lions de Grote Markt in Brussel vollopen voor hun wereldtitel. Maar toen moesten ze nog (even) van hun wolk donderen.

Eind vorig jaar waren ze dé sporthype. Vulden ze de Brusselse Grote Markt, net zoals de Rode Duivels. En dan – boem paukenslag – leek de wereldkampioenenploeg van de Red Lions plots een bende die gokte op de eigen matchen. Leek, want de gokaffaire bleek er geen te zijn. Vandaag spelen ze hun eerste interland na de ­‘vrijspraak’.

“Ah, dat? Was ik al vergeten.” Voor Felix Denayer, vandaag de kapitein van de Red Lions in de interland tegen Spanje, is ‘dat’ het minst van zijn zorgen. ‘Dat’ was half januari anders: enkele Red Lions zouden hebben gegokt op de eigen hockeywedstrijden. Tenminste, dat onderzoek voerde de Kansspelcommissie.

Weg was plots het aura van wereldkampioen. Foetsie het imago van de welopgevoede, charmante hockeyers. Dik twee maanden later besloot de Kansspelcommissie: enkele spelers hadden gegokt, en wel 21 keer. Maar ze stonden niet op het wedstrijdblad, dus konden ze de wedstrijden niet beïnvloeden. Conclusie: niets strafbaars. Een storm in een glas water.

Denayer: “Je vraagt je achteraf wel af: moet dat echt naar buiten komen als dat onderzoek nog niet is afgerond? Het is ook jammer dat je plots een hoofditem bent in het nieuws zonder dat veel mensen er het fijne van weten. En uiteindelijk blijkt er niets aan de hand.”

Het doet denken, zegt Denayer, aan die keer dat Loick Luypaert ooit – ten onrechte – in een dopingzaak was verwikkeld. “Hoge bomen vangen veel wind, zeker? Nu we daarop terugkijken, heeft die zaak de groep niet aangetast. Veel jongens waren misschien in het begin verrast, maar dat spookte nadien niet door onze hoofden.”

Nu kan deze groep wel tegen een stootje. Denayer haalt het WK in India aan, waar de Lions enkele weken samenleefden en zich tot wereldkampioen kroonden. De papa van Simon Gougnard, bekend bij zowat de hele groep sinds ze klein waren omdat hij zijn zoon altijd volgde, overleed enkele uren voor de halve finale. Denayer: “Er was niet alleen Simon, maar ook enkele jongens die wegens blessure of ziekte naar huis moesten. John-John (Dohmen, die een longontsteking bleek te hebben, nvdr.) wilde zo graag blijven dat hij bijna zijn gezondheid op het spel zette. Zoveel betekent deze groep voor ons. Deze groep is erg veerkrachtig, wij spreken erover als onze circle of trust. We zeggen soms dat we familie zijn, en dat klopt ergens. Enkele jongens ken ik langer dan mijn vrouw. Soms zeg ik lachend dat ik hen zelfs meer zie dan haar.”

Door Hans Jacobs
  • Meest recent