Naar minimumrechten voor werknemers van Uber of Deliveroo

Bron © BELGA

Foto: REUTERS

De Europarlementsleden hebben zich dinsdag in Straatsburg achter een aantal minimumrechten geschaard. De nieuwe wetgeving moet meer bescherming bieden aan mensen die met een oproepcontract werken, slechts heel occasioneel werk verrichten of hun diensten aanbieden aan een platform als Uber of Deliveroo. Ze is ook van toepassing op betaalde stagiairs.

Zo moet er ook voor werknemers met een oproepcontract een minimum aan voorspelbaarheid voorzien worden. Ze hebben recht op uurroosters en vooraf bepaalde referentiedagen. Ze moeten werk buiten die vooraf bepaalde referentie-uren kunnen weigeren, of vergoeding kunnen krijgen indien een opdracht niet tijdig werd geannuleerd.

Bij Deliveroo stipt men aan dat hun koeriers niet onder de richtlijn vallen omdat ze als zelfstandige werknemers aan de slag zijn. “Koeriers zijn zelfstandigen gezien dat hen de vrijheid geeft om te kiezen waar en wanneer te werken. Deliveroo biedt flexibel en goedbetaald werk, en we voorzien zekerheid in de vorm van gratis verzekering voor alle koeriers, en we zetten ons in om nog verder te gaan”, zo reageerde een woordvoerder van het bedrijf.

Voor eurocommissaris voor Werk en Sociale Zaken Marianne Thyssen biedt de richtlijn een antwoord op arbeidsomstandigheden die onvermijdelijk zijn geworden. “We willen nieuwe vormen van werk niet verbieden, maar de betrokken werknemers beschermen tegen misbruik en een zekere voorspelbaarheid geven, zonder excessieve lasten voor werkgevers.” De lidstaten krijgen drie jaar tijd om de richtlijn te vertalen in nationale wetgeving.

Europarlementslid Marie Arena (PS) erkent dat de nieuwe regels een stap vooruit betekenen voor de bescherming van werknemers in precaire jobs. Ze betreurt evenwel dat de lidstaten arbeidscontracten van minder dan twaalf uur per maand buiten de werking van de richtlijn hebben gehouden, en dat nulurencontracten niet simpelweg verboden werden.

Het parlement zette dinsdag ook het licht op groen voor een ander belangrijk project van Thyssen: de oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit. Die moet als een soort ‘sociale Europol’ de operationele samenwerking tussen de nationale inspectiediensten in de strijd tegen sociale dumping verbeteren.

“Als bedrijven hun activiteiten overal in Europa kunnen ontplooien en ook werknemers overal aan de slag kunnen gaan, is het evident dat er ook een grensoverschrijdende arbeidsinspectie bestaat”, begroet Kathleen Van Brempt (sp.a) het initiatief. Ze is tevreden dat ook de vakbonden sterk betrokken worden. Zij hebben klachtrecht en kunnen dus ook misbruiken aanmelden, stipt Van Brempt aan.

De Autoriteit schiet uit de startblokken met een jaarbudget van ongeveer 50 miljoen euro. Er zullen zo’n 140 mensen aan de slag gaan. Bedoeling is dat het agentschap tegen het jaareinde het werk zal aanvatten. Tegen 2023 zou het helemaal operationeel moeten zijn.