Julian Alaphilippe weet weer wat verliezen is: “Mathieu was sterker, ik ben blij voor hem”

Foto: Photo News

Na de Brabantse Pijl weet Julian Alaphilippe (26) meteen dat de hype echt is: Mathieu van der Poel is nog jonger en minstens zo getalenteerd als hij. Maar de tweede plaats was tegelijk een opsteker: “Na mijn val in het Baskenland heb ik lastige dagen gehad. Dit is geruststellend.”

Klik hier voor onze digitale wielergids

Eén verloren sprintje doet niks af van het talent van Julian Alaphilippe. Hij is nog altijd bezig aan een onwaarschijnlijk seizoen: overwinningen in de Strade Bianche en Milaan-Sanremo, ritzeges in elke ronde die hij dit jaar is gestart.

Wat hij gisteren deed, was op zich ook fenomenaal: zes dagen na zijn zware val in de Ronde van het Baskenland was hij alweer de op één na beste renner van het peloton. Ondanks de opgelopen schaafwonden, ondanks de drie dagen competitie die hij miste. “Ik wil het niet meer over die val hebben”, zei Alaphilippe, “De blessure was op zich niet zwaar, maar ik heb een moeilijke aanloop naar deze wedstrijden gehad. Daarom moet ik blij zijn vandaag.”

Alaphilippe verbleef al sinds vrijdag bij ploegdokter Yvan Vanmol, zodat hij niet alleen op hotel hoefde te zitten en ondertussen op de wegen van de Amstel en Luik kon trainen. Afgelopen maandag deed hij nog 130 kilometer. Ook de Brabantse Pijl beschouwde hij grotendeels als training. De kopman van Deceuninck-Quick Step wachtte niet op een sprint, maar viel op de Hertstraat zelf aan: “Ik wilde dat de koers van vandaag nuttig was voor de koersen die komen. Ik was niet top, maar ik finish hier tussen heel solide renners. De manier waarop we wegreden, was mooi. Ik ben gerustgesteld.”

Meer dan fietslengte

In de context van zijn comeback na de eerdere valpartij was dat laatste zinnetje best te begrijpen, maar de Brabantse Pijl was voor Alaphilippe ook zijn allereerste confrontatie met Mathieu van der Poel. En de uitkomst daarvan kan de Fransman natuurlijk onmogelijk hebben gerustgesteld. Op een aankomst bergop is hij al het hele seizoen onklopbaar. Van Punta Negra in Argentinië tot Gorraiz in het Baskenland: hij reed overal spelenderwijs naar de overwinning. En gisteren sprintte Van der Poel hem plots op meer dan een fietslengte.

Op zijn minst moet dat toch confronterend zijn geweest. Alaphilippe weet nu dat de hype echt is en ziet een soort jongere versie van zichzelf: ook supergetalenteerd, ook spelenderwijs en nog sneller aan de finish. De Brabantse Pijl heeft de strijd van de wieler-wonderkinderen geopend: Van der Poel 1 - Alaphilippe 0. Zondag volgt het tweede bedrijf in de Amstel.

Luik-Bastenaken-Luik

De Fransman maakte na de finish weinig woorden vuil aan zijn Nederlandse opponent: “Hij was frisser en sterker. Ik ben blij voor hem. Hij reed de perfecte finale.” Rond de bus van Deceuninck-Quick Step hoorde je wel veel superlatieven. “Een opperwolf”, zei Patrick Lefevere. Dokter Yvan Vanmol ging nog een stap verder: “Van der Poel heeft alles in zich om de grootste renner van zijn generatie te worden. Veel renners die nu zesentwintig of zevenentwintig zijn, zullen gedacht hebben dat dit hun jaren zouden worden. Zij gaan door Van der Poel veel overwinningen door hun handen zien glippen.” Bij die renners hoort dus eveneens Alaphilippe.

In de Ardennenklassiekers staat één wedstrijd voor de Fransman boven alle andere. Zoals dokter Vanmol het zegt: “De Amstel is een heel mooie wedstrijd, Luik-Bastenaken-Luik is een monument.” Alaphilippe eindigde al als tweede (2015) en vierde (2018) in Luik. Die zondag wil hij eindelijk winnen. Mathieu van der Poel rijdt dan niet mee en na gisteren zal dat voor Alaphilippe toch een opsteker zijn.

Door Jan-Pieter De Vlieger