Julian Alaphilippe begrijpt niet hoe Mathieu van der Poel nog terug kon komen: "Ik wist niet dat ze zo dicht zaten”

Mathieu van der Poel (Circus-Corendon) blijft de wielerwereld verbazen. In vijftien koersdagen won hij zijn zesde wedstrijd met de Amstel Gold Race. Julian Alaphilippe leek nochtans op weg naar de zege, maar de Fransman begreep niet hoe de groep met Van der Poel nog terug kon komen.

LEES OOK. REACTIES. Renners in Amstel Gold Race kunnen bewondering niet verbergen: “Fenomenale Van der Poel”

Meteen na zijn zege was Van der Poel tot tranen toe bewogen, en in het eerste tv-interview was hij nog steeds emotioneel. “Ongelooflijk. Goh. Pas de laatste 300 meter zag ik eigenlijk dat we nog konden winnen. Dat dat de eerste groep was. En goh, dat het nog lukt, dat had ik echt niet verwacht. Pfft, ongelooflijk. Ik kan dit nog niet bevatten. Geen idee hoe dit mogelijk is, hoe ik dit heb gedaan”, toonde hij zijn eigen verbazing.

Op ruim veertig kilometer van de finish was Van der Poel de eerste grote naam die de wedstrijd probeerde open te breken. “Op de Gulperberg had ik geprobeerd te anticiperen, en daardoor kon ik op de Kruisberg net niet aanpikken. Ik had gehoopt daar net over te gaan. Dat lukte niet, maar ik voelde dat er echt nog wel iets in de benen zat in de finale. Dan ben ik gewoon ‘vol vol’ beginnen te rijden. Ik had nog een heel goed gevoel.”

“Ik hoopte dat ze voorin wat naar elkaar zouden beginnen kijken omdat je daar toch met grote namen zit. En, ja, ik steeg boven mezelf uit. Zeker omdat je voelt dat er nog iets in je benen zit. Je merkt in zulke klassiekers dat het bij iedereen heel moeizaam gaat op het einde. Op instinct ga ik nog eens aan, rijd ik net weg met een groepje en komen we nog aansluiten...”

Waar houdt dit op? “Geen idee. Ik ga eerst hier van proberen te genieten.”

Alaphilippe: “Ik wist niet dat ze zo dicht zaten”

Toen Julian Alaphilippe op 39,5 km van de meet op de Kruisberg aanviel, Jakob Fuglsang meekreeg en snel een comfortabele voorsprong uitbouwde, leek de koers beslist. Finaal viel de Fransman van Deceuninck-Quick Step nog van het podium nadat hij en Fuglsang in de laatste kilometers elkaar het wit uit de ogen keken. 

“Eerlijk, ik weet niet goed wat er gebeurd is. Ik heb het maximum gegeven vanaf het moment dat ik aanviel tot op de meet. Jakob en ik werkten goed samen en ik dacht dat we voor de zege zouden sprinten. Ik dacht dat we op drie km van de meet nog 45 seconden voorsprong hadden, en dat het wel zou volstaan. Vanaf de laatste kilometer wou Jakob niet meer overpakken. Ik kreeg ook wat last van krampen, wat niet onlogisch is, gezien de hitte, maar bleef ik toch het tempo onderhouden. Wat er nadien gebeurd is, begrijp ik niet. Opeens zag ik Kwiatkowski heel snel afkomen en meteen daar achter het peloton.”

“Ik ben niet ontgoocheld dat ik niet gewonnen heb, maar wel ontgoocheld op de manier waarop. Op twee kilometer van de streep kwam de koersdirecteur nog vertellen dat we 35 seconden voorsprong hadden. Dat wil zeggen dat die mannen nadien 15 seconden per kilometer sneller reden dan wij. Ik denk dat zoiets onmogelijk is”, aldus de kopman van Deceuninck-Quick Step, die zijn ploegmaat Dries Devenyns complimenteerde met de manier waarop die hem lanceerde op de Kruisberg. “Ik kon meteen een gat slaan en had met Fuglsang de juiste man mee.”

LEES OOK. Alaphilippe blijft na Amstel Gold Race nummer één op wereldranglijst, Van der Poel stijgt naar twaalf

Simon Clarke: “Dankzij Van der Poel ben ik tweede”

Zelden een renner zo zielsgelukkig gezien na een sprintnederlaag als Simon Clarke van Education First. “Ik had enkel maar het wiel van Mathieu van der Poel te volgen om tweede te worden. Ik denk dat het een leuke wedstrijd was voor de kijkers. Overal waren er renners. Ik zat in de middelste groep met Mollema, maar voor mij reden er nog een vijftal. En het leuke is dat het podium bestond uit renners die uit drie verschillende groepen kwamen”, aldus de 32-jarige Australiër. 

Jakob Fuglsang: “We maakten een ongelofelijke denkfout”

Jakob Fuglsang zat met een lang gezicht aan de persconferentietafel. “Ik kan alleen maar zeggen dat we de laatste drie kilometer een ongelofelijke denkfout hebben gemaakt”, aldus de Deense kopman van Astana. “We hadden het gevoel dat Kwiatkowski en Trentin niet meer zouden terugkomen. Zo klonk het ook in de volgauto. Het is zonde dat ik hier een zekere tweede plaats door de neus zie geboord. Ineens kwam dan Kwiatkowski weer. Dan nog had ik op het podium gestaan. Volgend jaar probeer ik opnieuw de Amstel te winnen. 

 

 

 

Door BVC en HC in Valkenburg