COLUMN. Bo Van Spilbeeck: ““Het hoort niet om als Belg voor een Hollander te supporteren. Maar dat geldt niet voor Mathieu”

Foto: Frederik Beyens

Elke week schrijft een Bekende Vlaming een column over de koers. Vandaag: Bo Van Spilbeeck.

De koers is afzien, pijn lijden, maar toch blijven doorgaan. Grote kampioenen kunnen dat vaak beter dan anderen. Dubbel voordeel, denk ik dan: betere benen én beter kunnen afzien. Want winnen zit vaak tussen de oren.

Parijs-Roubaix-winnaar Philippe Gilbert is zo iemand. Blijft gaan, geeft het nooit op. Hoeveel mensen hebben hem twee jaar geleden niet gek verklaard toen hij op 45 kilometer van de streep solo ging in de Ronde van Vlaanderen? Het was toen écht Vlaanderens Mooiste. En vorig jaar in de Tour fietste Phil 60 kilometer met een gebroken knieschijf na een val op de Portet d’Aspet. Respect.

Toen Het Nieuwsblad mij vroeg om deze column te schrijven, dacht ik meteen aan dit thema. Vorig jaar heb ik voor het eerst als vrouw de Mont Ventoux beklommen. Kort na een operatie en zonder veel oefenkilometers. Ik had de Kale Berg al tien keer als man beklommen en deed er nu twee keer zo lang over. Maar ik raakte boven én heb ervaren wat afzien is.

Vandaag in de Waalse Pijl zal dat afzien nog meevallen. Eén langgerekte eindspurt op de Muur van Hoei? Alaphilippe of Valverde? Zondag is het Luik-Bastenaken-Luik, de oudste der klassiekers. Gilbert slaat de Waalse Pijl over om extra te trainen voor La Doyenne. Van mij mag hij winnen.

In 1980 werd die koers gereden in apocalyptische omstandigheden. Bittere kou, zware sneeuwval. Neige-Bastogne-Neige. 174 renners stonden aan de start, 21 dapperen bereikten de eindstreep. Met Bernard Hinault als heroïsche winnaar. De Bretoen hield er bevroren vingers aan over en heeft daar nu nog last van. In mijn herinnering heeft niemand zich ooit zo groots getoond in het afzien.

Wie er deze week niet bij zal zijn, maar volgens mij kan afzien als de be(e)sten, is Mathieu van der Poel. Gezien hoe MvdP ademloos op de grond lag na zijn buitenaardse remonte in de Amstel? Of hoe hij Dwars door Vlaanderen won na een zware val in Nokere Koerse? Of hoe hij na nóg een val in de Ronde toch bleef gaan en vierde eindigde? Wat zie ik die kerel graag koersen!

Het hoort niet dat je als Belgische supportert voor een Hollander. Maar dat geldt niet voor Thieu. Hij is geboren en woont in België, in mijn gemeente. Hij praat Vlaams. Hij heeft een Vlaams lief. En de liefste Franse grootvader, Poulidor. Ik heb Mathieu voor het eerst zien rijden toen hij als kleine snotneus samen met broer David en vader Adrie meedeed in de Van der Poel Classic, de jaarlijkse toertocht van mijn vroegere (Vlaamse) fietsclub, de Heidestoempers uit Kalmthout. En dus vind ik dat ik voor hem mag supporteren. Meer nog: ik wil hem als Belg adopteren. Al weet ik dat hij overtuigd Nederlander is en wil blijven. Laten we hem dan Nederbelg noemen. Willen we dat afspreken, Mathieu?

AANGERADEN