De topatleet die noodgedwongen coureur werd: Michael Woods (32) begon pas op zijn 25ste met fietsen

Van een goede ijshockeyer, naar een zeer goede 1.500 meter-loper: Michael Woods had vele talenten. Olympisch goud moet de Canadees in het wielrennen behalen: “Ook Parijs 2024 kan, kijk maar naar Valverde.” Foto: blg, rr

Hij droomde van een profcarrière in het ijshockey, maar finaal bleek de Canadees ­Michael Woods een toptalent te zijn op de 1.500 meter in de atletiek. Tot een voet­blessure hem op zijn 25ste definitief naar de fiets dwong. Vorig jaar lag lief en leed dicht bij elkaar. Twee maanden na zijn tweede plaats in Luik-Bastenaken-Luik werd zijn zoontje doodgeboren. In tranen won hij later een rit in de Vuelta en brons op het WK. Een monoloog over zijn merkwaardige verhaal vol pieken en dalen.

“Zoals elke Canadese jongen wou ik professioneel ijshockeyer worden. En ik was goed, speelde tot mijn zestiende op een hoog ­niveau. Maar ik heb niet echt de lichaamsbouw van een ijs­hockeyer en mijn coach wou ­eigenlijk dat ik acht kilo bijkwam. Ik deed toen ook al een beetje aan atletiek en daar wilden ze dat ik acht kilo vermagerde (lacht). Maar ik realiseerde dat lopen beter bij mij paste en zette alles op een atletiekcarrière.”

“1.500 meter was mijn specialiteit, en ik deed ook de 3.000 meter. Ik werd Canadees kampioen bij de junioren, brak nationale ­records en won in 2005 goud op de Pan-Amerikaanse kampioenschappen. Bij mijn debuut bij de elite, op mijn negentiende, stond ik in de top 15 van de wereld. De weg naar roem lag open en ik droomde van een medaille op de Olympische Spelen van Peking in 2008. Maar dan sloeg het noodlot toe. Mijn linkervoet kon de zware trainingen niet aan: ik brak mijn middenvoetswortelbeentje. Dat heeft veel tijd nodig om te helen. Iedere keer ik weer begon met ­racen, brak het opnieuw. Na drie keer besefte ik dat het over was. Ik heb nog steeds twee pinnen in het bot. Ik kan wel nog lopen, maar niet te snel. Want dan breek ik het opnieuw.”

De topatleet die noodgedwongen coureur werd: Michael Woods (32) begon pas op zijn 25ste met fietsen
Foto: Sebastien Smets

“Ik ben dan maar beginnen te werken bij een bank en werd in ­Ottawa ook gerant van een schoenenwinkel. Dat was rond mijn 21ste. Ik besliste ook om wat te fietsen, om fit te blijven. Want ik had de hoop om ooit nog aan atletiek te kunnen doen nog niet helemaal opgegeven. Ik reed toertjes op de fiets van mijn vader, vond het leuk en ik bleek zowaar talent te hebben. Ik heb dan aan wat wedstrijden deelgenomen, puur voor de fun. In 2012, op mijn 25ste, besliste ik om er echt voor te gaan. Ik sloot mij aan bij een regionaal ploegje en reed meteen goede resultaten. Waardoor ik werd opgepikt door het continentale team Garneau-Quebecor.”

“Gelukkig was mijn vrouw er om het financieel allemaal rond te krijgen. Elly en ik kennen elkaar sinds mijn zestiende en ze heeft mijn ­atletiekperiode meegemaakt. Ze zag hoe gelukkig ik toen was. En ze vond dat ik mijn kans moest gaan in de koers. Zij werkte bij Hewlett ­Packard en we ­gingen ook een tijdje bij haar moeder wonen. Zo kwamen we rond. Ik heb alles aan mijn vrouw te danken”“Toen ik in 2015 een rit won in de Tour of Utah en tweede werd in het eind­klassement kreeg ik mijn kans in de World Tour bij Cannondale. Ik ben Jonathan Vaughters nog steeds dankbaar. Ik verhuisde meteen met Elly naar Girona. Het team heeft daar in Spanje zijn basis en het is er fantastisch om te trainen. In mooie weer. Ik word prima ­begeleid en krijg ook de steun van Canadese ex-renners. Gordon ­Fraser, Svein Tuft, Steve Bauer… Ja, die laatste is niet populair bij jullie na dat WK in Ronse, maar hij is een prima kerel.”

Luik en de Tour

“De grote doorbraak voor het grote publiek kwam er na mijn zevende plaats in de Vuelta in 2017. Ik werd eerder ook al negende in Luik-Bastenaken-Luik. Vorig jaar werd ik daar tweede en ik hoop zondag een plaatsjes beter te doen. Ik ben tevreden met mijn vorm. In de Amstel zat ik te ver op de klim waar Alaphilippe ging. Ik moest een enorme inspanning doen om tot bij Kwiatkowski te geraken en moest even passen toen hij nog eens doortrok. Maar daarna ging het goed en hielp ik het team. Luik-Bastenaken-Luik is een doel. Vorig jaar was het voor iedereen een verrassing dat ik tweede werd, ook voor mij want het liep niet echt vlot de weken ervoor. Er zat zelfs meer in. Toen Bob Jungels aan­zette, was ik aan het eten en ik was te laat om te reageren. La Doyenne is de eensdagskoers die het best bij mij past. Ik hou van lange, zware wedstrijden.”

De topatleet die noodgedwongen coureur werd: Michael Woods (32) begon pas op zijn 25ste met fietsen
Foto: Sebastien Smets

“Maar mijn hoofddoel dit seizoen is de Tour, de belangrijkste koers die er is, zeker in Canada. Als ik zeg dat ik professioneel wielrenner ben, is de eerste vraag die ik krijg: heb je de Tour al gereden? Het is de enige koers die ze kennen en die wordt uitgezonden op televisie. Zolang ik de Tour niet gereden heb, geloven de Canadezen niet dat koersen mijn beroep is. (lacht) Ik kijk ernaar uit om te debuteren. In de eerste plaats zal ik proberen een rit te winnen en in dienst rijden van Rigoberto Uran. Maar wie weet waar ik kan eindigen?”

Winnen voor Hunter

“Drie zeges behaalde ik al. Die rit in Utah, begin dit seizoen eentje in de Herald Sun Tour, maar mijn mooiste ooit zal altijd die ritzege vorig jaar in de Vuelta zijn. Wat er ook nog gebeurt, die zege op 12 september zal voor altijd de meest emotionele zijn. Mijn zoontje is in juni dood ter wereld gekomen. Na een zwangerschap van 39 weken. Ik had Hunter in mijn armen en moest hem afgeven. Dat heeft mijn hele leven veranderd. Maar ik wou hem echt eren en trainde harder dan ooit tevoren. Hij was de reden dat ik won in de Vuelta. Ik wou ­eigenlijk niet deelnemen, maar het team overtuigde mij. En ze hadden gelijk. Die zege hielp enorm in de verwerking, al heb ik zeker een week aan een stuk gehuild. Het was zo emotioneel. Alle gevoelens kwamen weer boven. Ik vergeet Hunter nooit en ik zal altijd koersen met hem in mijn gedachten. Elly en ik zijn trouwens opnieuw aan het proberen om zwanger te ­worden.”

De topatleet die noodgedwongen coureur werd: Michael Woods (32) begon pas op zijn 25ste met fietsen
Foto: AFP

“In de Vuelta besefte ik dat ik meekon met de besten van de ­wereld en dat ik mijn kans kon gaan op het WK. Het was in Innsbruck, met die helse slotklim, een unieke kans op succes. Ik ben echt fier op mijn bronzen medaille. Maar ik wil nog eentje. Volgend jaar in Tokio. De Olympische ­Spelen zijn de reden waarom ik ­eigenlijk aan topsport ben begonnen. Ik deed aan atletiek met ­Peking als hoofddoel. Door blessures moest ik afhaken, maar acht jaar later was ik erbij in Rio. Als wielrenner. Jammer genoeg was ik niet fit, omdat ik in de Ronde van Polen mijn heup brak. In Tokio wordt het een echt parcours voor klimmers en ik wil strijden voor goud. Ik hoop zelfs door te kunnen gaan tot de Spelen van 2024 in ­Parijs. Dat zou een mooie afsluiter zijn. Ik ben dan 37, dat moet nog lukken. (grijnst) Ik kan het weten, want hoe oud is Alejandro Valverde? En wie klopte mij het WK? Ik heb dus nog wat tijd.”

Door Werner Bourlez