Internationaal Strafhof: “Staatshoofden zijn strafrechtelijk niet immuun”

Een dienstdoend staatshoofd geniet geen immuniteit tegen strafrechtelijke vervolging, zo heeft het Internationaal Strafhof beslist. Daarom had Jordanië de intussen afgezette Soedanese president Omar al-Bashir in 2017 bij een bezoek moeten oppakken en hem aan de internationale justitie moeten uitleveren.

Met dit oordeel bevestigden de rechters van de beroepskamer van het Strafhof in Den Haag maandag het vonnis in eerste aanleg. Voor Jordanië heeft de beslissing evenwel geen gevolgen.

© REUTERS

Het Strafhof in Den Haag had in 2009 en 2010 een aanhoudingsbevel tegen Omar al-Bashir uitgevaardigd. De tenlastelegging luidt oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en volkerenmoord in de regio Darfoer.

Dubbele verplichting

Niettemin bezocht Al-Bashir in 2017 Jordanië. Amman arresteerde hem niet en leverde hem niet uit. Maar als ondertekenaar van het verdrag rond het Strafhof had Jordanië dat moeten doen. Bovendien heeft het land een dubbele verplichting gezien het ook de VN-Conventie rond volkerenmoord heeft geratificeerd.

Amman had de arrestatie destijds afgewimpeld onder verwijzing naar de immuniteit van het staatshoofd.

De rechters in beroep corrigeerden met een krappe meerderheid niettemin de in eerste aanleg uitgesproken sancties tegen Jordanië. De verkeerde handelwijze diende niet aan de Veiligheidsraad en de Conferentie van de Verdragstaten gemeld.

Bashar werd in april door het Soedanese leger afgezet.

Aangeboden door onze partners

Lees ook

Hoofdpunten