Waarom verdachte van moord op Julie Van Espen vrij rondliep na tweede veroordeling voor verkrachting: “Geen vrees voor onttrekking aan straf”

Bron © BELGA

“We hebben begrip voor de consternatie die is ontstaan over het feit dat de verdachte in vrijheid was. Maar we hadden geen enkele indicatie dat hij zich aan zijn straf zou proberen te onttrekken.” Zo reageert de correctionele rechtbank van Antwerpen op de ophef rond het feit dat Steve Bakelmans, de verdachte van de moord op de 23-jarige studente Julie Van Espen, niet onmiddellijk was aangehouden na een tweede veroordeling voor een verkrachting.

LEES OOK. Dit weten we over moord op Julie Van Espen en de verdachte: al twee keer veroordeeld voor verkrachting en zwaar gerechtelijk verleden

Het lichaam van Julie Van Espen is maandag teruggevonden in het Albertkanaal. Eerder op de dag was een 39-jarige opgepakt in Leuven. Hij is intussen voorgeleid voor moord en heeft de feiten bekend. Het gaat om Steve Bakelmans, een man met een ernstig gerechtelijk verleden.

“De verdachte heeft van 2004 tot 2008 vierenhalf jaar gevangenisstraf uitgezeten voor feiten van onder meer diefstallen, verkeersmisdrijven, heling en een verkrachting op een meerderjarige”, verklaarde het kabinet van minister van Justitie Koen Geens (CD&V) maandagavond. “Eind 2016 pleegde hij een diefstal met geweld en een tweede verkrachting, waarvoor hij tweeënhalf maanden in voorhechtenis zat. Bij de verwijzing van deze zaak door de raadkamer naar de correctionele rechtbank, begin 2017, besliste de raadkamer hem vrij te laten onder voorwaarden, in afwachting van zijn proces.

Waarom verdachte van moord op Julie Van Espen vrij rondliep na tweede veroordeling voor verkrachting: “Geen vrees voor onttrekking aan straf”

De correctionele rechtbank van Antwerpen veroordeelde hem in datzelfde jaar tot vier jaar gevangenisstraf. “Omdat er geen indicatie was dat hij zich aan de uitvoering van zijn straf zou proberen te onttrekken, werd er geen onmiddellijke aanhouding bevolen”, aldus de rechtbank maandag in een persbericht. “We hebben ten volle begrip voor de consternatie die is ontstaan over het feit dat de verdachte in vrijheid was. Dat er niet werd ingegaan op het verzoek van het openbaar ministerie tot onmiddellijke aanhouding, moet gezien worden tegen de wettelijke achtergrond voor een dergelijke onmiddellijke aanhouding op de zitting.”

“Ik betreur dat heel erg”

De verdachte was in beroep gegaan tegen zijn veroordeling. En daar bleef een vonnis langer op zich wachten, aldus Geens. “Ik betreur dat heel erg. In het bijzonder omdat ik er alles aan heb gedaan om de doorlooptijden van strafzaken te verkorten. De mogelijkheid tot invoering van de alleen zetelende rechter in 2016 om meer zaken te kunnen behandelen, is daar één voorbeeld van. Op die manier kan er capaciteit worden vrijgemaakt.”.

Ook Geens heeft er naar eigen zeggen moeite mee om te begrijpen dat de verdachte op vrije voeten liep, maar “het is niet omdat ik het niet begrijp, dat ik het in een rechtsstaat niet moet aanvaarden als minister van Justitie”.

“Zaken met aangehoudenen krijgen voorrang”

De belangrijkste reden dat de verkrachtingszaak van de verdachte van de moord op Julie Van Espen nog niet behandeld werd, is dat hij niet aangehouden was. “En zaken met aangehoudenen krijgen voorrang”, zegt Jo Daenen, persmagistraat bij het Antwerpse hof van beroep.

“Bij zijn veroordeling in eerste aanleg werd zijn onmiddellijke aanhouding niet bevolen en daardoor werd de behandeling van zijn zaak minder dringend. Op basis van de inhoud van de zaak was er ook geen enkele indicatie dat deze bij voorrang behandeld diende te worden boven alle andere zaken die nog hangende zijn”, aldus Daenen.

Personeelstekort

Het aantal nog hangende strafzaken bij het hof van beroep is de voorbije jaren toegenomen, omdat er door een personeelstekort twee strafkamers gesloten moesten worden. “Ook dat heeft meegespeeld, want daardoor moesten alle zaken over minder kamers verdeeld worden en daardoor liepen de wachttijden op”, zegt Daenen. Door een reorganisatie van de werking van het hof worden de strafkamers wel weer geopend.

De verkrachtingszaak werd vorig jaar ingeleid en er werden toen ook conclusietermijnen bepaald. Er moet nu alleen nog een datum gevonden worden waarop de zaak kan behandeld worden. Vermoedelijk zal dat na het gerechtelijk verlof zijn.