“Gent is een ideale plek voor vernieuwende start-ups”

Foto: DVH

Gent -

De komende drie jaar zit Jef Wittouck (56) van de chemicaliëngroep Christeyns VOKA Oost-Vlaanderen voor. Hij zal de belangen van meer dan 3.000 bedrijven en hun 170.000 werknemers behartigen. “Er is zeker nog een toekomst voor ondernemingen in de Gentse binnenstad.”

Hoe is het gesteld met het ondernemerschap in Gent?

“Zeer goed. Zeker de helft van onze Oost-Vlaamse leden heeft een bedrijf in Groot-Gent. De stad neemt het voortouw in Vlaanderen inzake innovatieve start-ups. Niet alleen in de sector van de biotech, maar in alles wat met het digitale heeft te maken. Een behoorlijk deel van die start-ups is doorgegroeid tot een succesvolle onderneming.”

VOKA verweet het vorige stadsbestuur in zijn eindfase een gebrek aan ambitie. Is er na het mobiliteitsplan nog plaats voor bedrijven in de binnenstad?

“Daar ben ik van overtuigd. Uiteraard moest er inzake mobiliteit iets veranderen in Gent. Het is alleen jammer dat weinig rekening werd gehouden met parkeerplekken voor de ondernemingen en hun leveranciers. Ik verwacht van de overheid meer efficiëntie en een gestructureerde langetermijnvisie op het ondernemerschap in de stad.”

“Maar Gent blijft voor velen een zeer aantrekkelijke plek om te werken. We zien dat in ons eigen VOKA-gebouw in de Lammerstraat. Onze vijftig werknemers hebben bijna moeiteloos de overstap gemaakt van de auto naar de fiets en het openbaar vervoer. Vlakbij zie ik in het straks gerestaureerde Wintercircus een ideale tijdelijke plek voor vernieuwende starters.”

Wat is de grootste uitdaging waar de Gentse bedrijven voor staan?

“Op dit moment is dat het gebrek aan mensen om de vele vacatures in te vullen. Dat zet een rem op bedrijven die willen groeien. In de onderneming waar ik werk (Christeyns stelt 165 mensen tewerk op de twee sites, in de Afrikalaan en in Drongen, nvdr.) duurt het ongeveer een jaar om een kaderfunctie in te vullen. Vroeger was dat zes maanden.”

“Voor arbeiders ligt het iets makkelijker. Al is het profiel van de arbeider in ons bedrijf grondig veranderd, van enkel witte mannen naar een overwegend multiculturele samenstelling. Als een bedrijf daarmee leert om te gaan, bijvoorbeeld door in lessen Nederlands te voorzien, werkt dat.”

Hoe kan dat tekort aan arbeidskrachten volgens u worden opgevangen?

“Het onderwijs zou mensen moeten afleveren die beter inzetbaar zijn in bedrijven. Ik zie in Groot-Brittannië goede resultaten van het ­duaal leren (deels studeren en deels werken, nvdr.). Wie daar deeltijds werkt, loopt niet gewoon mee zoals vroeger met een leercontract. Het werk op de vloer wordt beschouwd en geëvalueerd als een studie­blok en leidt tot een volwaardig diploma. In België staat dat systeem nog in zijn kinderschoenen.”

Welke accenten wil u nog leggen?

“Ik wil de zichtbaarheid van VOKA verhogen, onder andere met een nieuwe hub op een toplocatie in het centrum van Aalst, vanaf 2021. En ik wil ijveren voor meer jongeren en meer vrouwen in onze organisatie. Het bestuur van VOKA mag geen clubje zijn van oudere, grijze heren.”

Door Geert Neyt