Dit artikel is exclusief voor jou als abonnee

Abonnee worden? Kies je leesformule

COLUMN. “Maar Sam toch. Wie wil er nu een vent zijn? Of erger nog, als men de keuze heeft, er een worden?”

MIJLEMANS REKENT AF

  • COLUMN. “Maar Sam toch. Wie wil er nu een vent zijn? Of erger nog, als men de keuze heeft, er een worden?”

Sarah had een overmaatse pet op. Ze droeg een salopette met baby­olifantenpijpen. Tussen de vragen door rommelde ze in haar roltabak die ze tot dunne stokjes draaide. Nog onwennig van ontluikende faam en bij­horende aandacht. Ze sprak in zachte schorheid. Over hoe ze als tiener langs de regenpijp kroop om minderjarig te gaan dansen. Daar op dat terras in ’t Stad dronken we een boerke Stella. We spraken elkaar later nog. De laatste keer in de loungebar op het dak van een hotel in Milaan. Een hippe plek waar net voordien de gebroeders Gallagher, nog verzameld in Oasis, met krukken naar elkaar hadden gegooid. De barman en de garçons zagen er nog ontdaan uit, wit weggetrokken als hun smetteloze pak. Sarah hing nonchalant in een ­sofa, haar ene voet wiebelend op haar andere knie, handen in de broekzakken. We wilden bier bestellen, zo dicht bij de Italiaanse zon. Maar er was ­alleen maar Heineken.

Ik moest eraan denken toen ik over Sam las. Sam was in transitie van zij naar hij. Hij had dat nieuws met een breed gebaar op de scène gegooid. Er werd voor die openhartigheid van Sam met bloemetjes gegooid ...