UGent haalt potvis Valentijn uit afrottingstank: “Geur viel wel mee”

Foto: FVV

Gent -

Het kadaver van potvis Valentijn is maandag voor het eerst uit een afrottingstank gehaald. Wat overblijft zijn bruine botten. Er volgen nog verschillende baden, voor het skelet in al zijn glorie naar het visserijmuseum van Oostduinkerke kan.

Valentijn spoelde in 1989 aan op het strand van Koksijde, waar hij ook werd begraven. Dertig jaar later, in mei 2019, later werd het dier opgegraven en overgebracht naar de faculteit diergeneeskunde van de Gentse universiteit.

Voor de 17 meter lange potvis kan worden tentoongesteld in het Nationaal Visserijmuseum van Oostduinkerke, moet het kadaver worden proper gemaakt. Dat gebeurt in een zogenaamde afrottingstank of maceratie-bad. Maandag mocht Valentijn daar voor het eerst uit.

Geur

“Elk botstuk hebben we eruit gehaald en afgespoeld. De geur viel wel mee”, zegt professor Pieter Cornillie, die alles in goede banen leidt. “Normaal zou het skelet nu vrij moeten zijn van alle uitwendige resten en weefsel. Nu steken we het nog twee keer in bad opdat ook al het inwendige vet verdwijnt. Dat duurt telkens een paar weken. Nadien worden de botten gebleekt.”

Nadat onderzocht is hoe de opgekuiste botten reageren op de buitenlucht, kan het skelet worden gereconstrueerd. Het kan volgens professor Cornillie nog zeker twee jaar duren voor Valentijn klaar is om te worden getoond in het museum in Oostduinkerke.

Door Sander Luyten
VOOR ABONNEES